hmtm Rotating Header Image

October, 2008:

Tweede bezoek Willempje

Door: Willempje

Safari

Van 10 – 20 oktober 2008 waren wij (Fred en Willempje, ouders van Hein) te gast bij Hein en Maya. Willempje voor de tweede keer, Fred voor de eerste.
We waren toen al 12 dagen op reis in Tanzania, maakten een safari, beginnend in Arusha, naar de verschillende wildparken. Arusha, Tarangire, Lake Manyara, Ngorongoro Krater, Serengeti en Lake Natron. Het was een indrukwekkende reis van ongeveer 1600 – 1800 km, meest over onverharde, hobbelige wegen, maar we werden comfortabel vervoerd door Abdul, onze gids en chauffeur in een ruime Toyota Landcruiser 4WD met open dak, dat recht omhoog open ging, zodat je staande, uit de zon, het wild, de vogels en het landschap kon bekijken. Hoewel je op deze manier aardig wat stof binnenkreeg was het briesje langs je gezicht erg aangenaam. We overnachtten in uiteenlopende plaatsen, in lodges. Van eenvoudige tot super de luxe lodges of “tented camps”, ruime tenten, op palen, met een palmbladeren dak erover, tegen hitte en regen. Deze tenten bevatten niet alleen gewone bedden, maar ook een badkamer, vaak met bad.
We hebben veel wild gezien. Zebra’s, giraffen, gnoes, impala’s, dickdicks, Thomson gazelles, Grant gazelles, cheetahs, luipaarden, leeuwen, hippo’s, 1 neushoorn (!), hyena’s, jakhals, bavianen, en vele andere soorten apen, olifanten, te veel om op te noemen. Fred en ik ontdekten deze keer ook de enorme variëteit aan vogels, dankzij onze gids, die veel namen kende.
Op onze tocht stuitten we ook op de Masaai, die in dit gebied, en het zuiden van Kenia, wonen. Op de meest desolate (en naar ons idee droge) gebieden zag je soms opeens een kleurige Masaai man of een paar vrouwen in de onmetelijke vlakte lopen. De mannen (in felrode lap gewikkeld, met een stok) meestal met vee, de vrouwen, in blauwe lap, uitgedost met kralenkettingen en dito mutsjes, met ezeltjes, beladen met plastic jerrycans, flessen, op weg, of terug komend van de rivier of een waterplaats. We reden soms langs Masaai dorpjes, die bijna nooit aan de weg liggen, maar middenin een vlakte. Ze hebben toch geen auto’s, dus hoeven ze niet aan de weg te zitten. Ze hebben vaak enorme kuddes, vnl. koeien, maar soms ook geiten, ezels of schapen. De dieren zien er meestal niet erg goed gevoed uit. Maar het was ook het einde van het droge seizoen, dus weinig voedsel en water.
Kinderen rennen naar de auto, als je voorbij komt, “pen, pen”, roepend, en een schrijfgebaar met de hand makend, ik zou iedereen die die kant op gaat, willen aanraden pennen (of potloden zijn prima) mee te nemen. Die zijn moeilijk te krijgen op het platteland en er is een enorme behoefte aan bij schoolkinderen. Kortom, het was een schitterende reis, maar het leidt te ver om hierover in de gastencolumn uitgebreid verslag van te doen. Dus over naar ons verblijf bij Hein en Maya in Dar es Salaam.
Toen we er op 10 oktober aankwamen kwamen Hein en Maya ook net terug uit Mombasa. Hein had daar o.a. een presentatie gehouden op de bananenconferentie, een heerlijk fout woord! Maya had genoten van luxe hotel, zwembaden (7) en overvloedige maaltijden.
Ze is prachtig zwanger, draagt haar buik met verve. Ze barst zo langzamerhand uit de kleren, maar hanteert creatieve oplossingen. Gelukkig had Nanja ons een hele tas zwangerschapskleren meegegeven, die Maya enthousiaste kreten ontlokte en ik had bij Prenatal een bikini en een broek gekocht die uitstekend bleken te passen. Fred inspecteerde het huis, sinds mijn vorige bezoek (6 mnd geleden) is het huis “eigener” geworden. Er hangen lampen, er is een mooie eettafel met stoelen, in de keuken hangen houten kastjes met glazen deurtjes, en er staat een prachtig, Arabisch logeerbed met uitstekende klamboe in ‘onze slaapkamer”. Compleet met houtsnijwerk en blauwe, glazen ruitjes. “Mijn” (eenpersoons) kamer wordt de babykamer, daar zijn de donkere kastdeuren wit geverfd, lekker licht. Aan de wand hangen hier en daar wat schilderijen, of wandkleden, er liggen kussentjes op de bank, kortom Hollandse huiselijkheid. Ook is er een goede studeerhoek in de kamer waar de pc’s staan.
Maar de meeste belangstelling gaat natuurlijk uit naar de tuin, die door Fred aan een minutieus onderzoek wordt onderworpen. Elk plantje, elk stekje, wordt besproken en het ongelooflijke is gebeurd: Hein en Maya zijn al net zulke mutsen op tuingebied als mijn “constant gardener”. Ik geloof dat Fred’s uiteindelijke oordeel over de tuin goed uitpakt: het kan zijn goedkeuring wegdragen. Wel vindt hij (ik herken het uit Paterswolde) dat een deel van het gazon er aan moet geloven om nog meer vaste planten onder te brengen, maar ik, veel nuchterder in deze dingen, raad het Hein af, omdat hij in het droge seizoen dan nog langer bezig is met water geven (met gieters, elke avond als hij uit zijn werk komt!). Ik zie Hein en ook Maya toch wel een beetje opgelucht ademhalen, zij gebruiken nu al het meeste water van de hele compound, eigenlijk niet verantwoord.
De eerste dagen genieten we van onze rust en van elkaar. Beetje wasjes draaien, beetje boodschapjes doen, rondkijken in Dar, BBQen (lomito!), lezen, nieuw spelletje doen, dat we hebben meegenomen. “Regenwormen”, nr. 1 bij Wirwar, de speelgoedwinkel in Groningen, wat inderdaad een heel leuk spel blijkt te zijn. Fred en Hein laten zelfs het schaken er voor staan, dat ze de eerste dagen weer even fanatiek hadden opgepakt. Lekker uit eten bij “Addis in Dar”, gezellig en uitstekend Ethiopisch restaurant in de buurt. Kennisgemaakt met Olaf, de nieuwe buurman, en Trudpert, het baby’tje van de andere buren.
Zondag vliegen we met klein vliegtuigje (12 passagiers) naar Mafia Island, een eilandje voor de kust, ten zuiden van Zanzibar. Maya heeft 2 “banda’s”(weer van die mooie hutten op palen) besproken in Ras Mbisi Lodge. Ze is afgegaan op de hemelse beschrijving in de Lonely Planet over het eten, voor Maya deze maanden zo ongeveer het allerbelangrijkste item, de zwangerschap bezorgt haar een “gezonde trek” in het kwadraat! De keuken is inderdaad niet mis, heerlijke gerookte vis, salades van tomaten en rucola, eigen gebakken brood, zeer smakelijke toetjes. Jammie!
Onze banda staat op palen, hooguit 50 m van zee, onder de kokospalmen, vanuit je bed kijk je zo de Indische Oceaan in. Er zijn geen wanden, het is alleen een afdak van palmbladeren, je kunt grote lappen van kaasdoek laten zakken als je meer privacy wenst. Af en toe hoor ik “plof”, dan valt er een kokosnoot in het zand. Alles in de banda is gemaakt van kokosnoothout, de stoelen, tafel, het bed, zelfs het zeepje. Voor het trapje dat naar de veranda leidt staat een grote terracotta bloempot gevuld met water om je voeten af te spoelen voordat je je huisje binnenstapt. De “lilac breasted roller” pikt naar mieren naast de hut, blauw, blauw, blauw. Het zand is spierwit.
De tweede dag huren we een dhow om de zee op te gaan. In de luwte van het eiland leven jonge walvishaaien, die daar blijven totdat ze groot genoeg zijn om de wilde baren te trotseren. Ook gaan we snorkelen, tussen het koraal. De walvishaaien laten zich helaas niet zien vandaag, en het water is vrij troebel tijdens het snorkelen, zodat we niet veel kleuren kunnen onderscheiden, maar who cares? Op een onbewoond eilandje wordt onze lunch klaargemaakt (gegrilde barracuda!) met een heerlijke salade. Uit de koelbox komen biertjes, sapjes, witte wijn, het leven is goed!! Er strijkt een koppel zwarte en witte reigers neer, vlak voor ons op het strand, perfect. Op de terugweg zien we de zon in de zee zakken. Het enige minpunt van ons verblijf op het eiland zijn de sandflies, je ziet ze niet, voelt ze niet, tot een paar uur later, dan begint het te jeuken en krijg je flinke bulten. Dat duurt wel een paar dagen. Om ze te verjagen steekt men ’s avonds bij het restaurant een vuur van kokosnotenschillen, daar houden die vliegjes niet van, maar het zet geen zoden aan de dijk. Maya en ik zitten dagen onder de bulten.
Als we terugkeren in Dar es Salaam is het Julius Nyerere dag, een van de vele nationale feestdagen in Tanzania. Het is dan ook heel druk op straat. Markten, vuurtjes, maar weinig muziek. Een verschil met Zuid Amerika, daar hoor je overal muziek, niet alleen in cafés, huizen, maar ook in bussen, auto’s, op straat. Zijn de mensen hier serieuzer? Er valt misschien minder te lachen, het leven is hard.
Woensdag gaat Hein weer aan het werk. Fred doet wat klusjes in huis. Planken op maat maken en ophangen in de twee badkamers, en later nog een samen met Hein, in de babykamer. Het zweet gutst van zijn lijf. Maya en ik gaan met een bajaj (zo’n motortaxi) naar de ijzerwinkel om schuurpapier (made in Holland!) te halen. Alsof je in de botsautootjes zit op de kermis. Lekker luchtig, koel briesje, dat wel, maar je staat doodsangsten uit. Auto’s hebben totaal geen respect voor je, en de bajajchauffeur wringt zich overal tussendoor. Maar Maya zit gezellig naast me te kouten, dus ik moet me niet aanstellen. Ook nog even de supermarkt in, mmmm, zalig, net een ijskast, na die hitte.
Donderdagochtend gaat Maya naar zwangerschapsyoga. Op maandagavond is er les, dan gaat Hein mee. Fred en ik gaan op zoek naar leuke souvenirs, o.a. op de Tinga Tinga markt, daar moet je zijn voor schilderijen. Fred is heel enthousiast en koopt er twee. Ook kopen we een “askari” een bewaker/politieagent in een mooi wit uniform, van hout. Fred denkt zoals gewoonlijk weer groot. Maya sleept ons ook nog naar andere marktjes, de Slipway en de markt op Mwenge Road. Leuk, maar na een paar uur ben je totaal uitgeput en rijp voor een ijskoude douche (maar die is er niet). Voor Maya vind ik het erg zwaar, dus sturen we haar naar huis en nemen later een bajaj naar huis. Maakt Fred dat ook mee. Hij boft want het is spitsuur. Als we in een file terechtkomen stuurt onze chauffeur zijn bajaj gewoon het talud af, langs de weg en een endje verderop, waar men weer rijdt, het talud weer op. Fred en ik klemmen ons aan elkaar vast achterin.
’s Avonds gaan we in een goed restaurant Mediterraneo (!) eten, aan zee. Hein heeft beetje de pest in, wordt beroerd van de afstand naar zijn werk. Elke dag een uur heen en een uur terug over een ongelooflijk drukke, gevaarlijke weg. Het is maar 35 km, maar door opstoppingen, files, enz. kost het hem een uur heel geconcentreerd rijden. Heeft al een paar keer aanrijdingen gehad. Er is een kantoor van de IITA veel dichterbij, maar daar zit men hutje mutje op elkaar, daar is geen plaats voor Hein.
De volgende morgen, als Maya en wij naar dat kantoor gaan om geld voor de huur te halen horen we van Francis, collega van Hein, dat IITA aan het onderhandelen is met eigenaar van kantoorruimte NAAST het huis van Maya en Hein! Als dat eens zou gebeuren! (5/11: gaat definitief door, contract is getekend! W). Dat betekent dat Hein kan lopen naar kantoor, en tussen de middag eventjes baby kan knuffelen!
Zaterdagmorgen gaan we naar het centrum van Dar, naar een galerie, en naar de stofjesmarkt. We zoeken ons een rotje naar een leuk restaurantje waar Maya en Hein wel eens hebben geluncht, maar kunnen het niet vinden. Het centrum is erg onoverzichtelijk, ook zijn er geen uithangborden bij winkels, cafés, e.d. We lunchen in soort cultureel centrum, authentieker dan hotel Mövenpick, waar we onze auto veilig hebben geparkeerd!
Zaterdagavond zijn we uitgenodigd bij Olaf, de buurman, op zijn verjaardag. Een hele groep Duitsers, die behoorlijk goed Engels spreekt bij elkaar. De meesten werken al jaren in Tanzania op het gebied van lepra, aids, een antropologe verricht er onderzoek, ook op het gebied van aids. Zware verhalen. Hein beheert het vuur, volgens mij is hij er niet echt blij mee, want iedereen zit te praten en te eten en terwijl hij alsmaar lapjes vlees omdraait, op de hoek van de veranda. Echter, zijn tijd komt nog wel, maar dan liggen Maya, ik en zelfs Fred al in bed.
Op zondag worden we uiteraard gewekt door de kerkdienst op het dak. Er wordt gezongen door een koortje, dan door een vrouw en het orgeltje gaat on and on and on. We stappen in de auto en gaan lunchen op het strand, bij “Belinda”. Het kost ongeveer een uur voordat we onze bestelling hebben doorgegeven, nog een uur voordat we weten dat 9 van de 10 gerechten op het menu er niet zijn en dan nog een uur totdat we ons schamele bordje vis geserveerd krijgen. Maar het bier en de wijn komen wel goed door, dat is het belangrijkste! Carolyn, een collega van Hein die vlakbij woont, komt erbij. Leuk om haar een beetje te leren kennen. Voor vertrek nog even een paar spelletjes regenwurmen nu het nog kan!
Thuis pakken we de koffers, maar die moeten we op het vliegveld weer uitpakken, want de rode koffer (gewicht 34 kg) mag niet mee van de baliemedewerker. 46 kg bagage is geoorloofd, maar dan wel in 2 koffers van 23 kg. Op Schiphol was dat 3 weken geleden geen punt, maar zij houdt voet bij stuk. Gelukkig hebben we nog een kleine Samsonite (die hebben we in iets grotere Samsonite koffer gedaan, omdat we terug veel minder spullen hebben dan heen), en we smijten ruim 10 kg in het kleinere koffertje, totdat de weegschaal met de rode koffer precies 23 kg aanwijst. Dit tot grote verbijstering van de dame achter de balie die geld rook.
De weg naar het vliegveld blijkt trouwens levensgevaarlijk in het donker. Er is bijna geen straatverlichting en het is ontzettend druk langs de weg. Busjes vol mensen rijden zomaar vanaf de berm de weg op en ook zien we een paar keer een busje met pech op de tweede baan staan. Zonder verlichting, ja er ligt een tak op 5 m achter de bus, levensgevaarlijk. We staan paar keer in de file en Hein zit zo ongeveer met z’n neus tegen de voorruit. Fred en ik rijden mee achterin. Dit moeten Hein en Maya echt nooit meer doen, ’s avonds laat mensen naar het vliegveld brengen. Op een gegeven moment stoppen er een paar auto’s, maar Hein kan er nog net langs schieten. Verontwaardigd zeggen we tegen elkaar “snap je dat nou, gaan zomaar stilstaan?” Zijn deze auto’s gestopt voor een goederentrein, die zonder waarschuwingsbord of knipperlicht op de weg ons pad kruist. 10 seconden later en de trein had ons gegrepen! Je moet het maar weten! Poeh, poeh, we zitten allemaal te shaken.
Nog maar een biertje en een pizza op het vliegveld, voor de schrik, we hebben ook nog de tijd. Voor Maya en Hein misschien ook minder druk, wat later, die akelige terugweg. Voordat wij in het vliegtuig stappen bellen ze ons al. “We zijn thuis”.
Wij ook, alweer twee weken, en kijken terug op een heerlijke tijd in Dar. Voor de laatste keer met vier volwassenen onder elkaar! De volgende keer draait alles om “die kleine”! Heel bewust beleefd, deze week en uitkijkend naar de volgende fase!