hmtm Rotating Header Image

July, 2008:

Bezoek Otto en Merlijne

Door Merlijne de Jong
On top of Kilimanjaro

Vier weken rondreizen in Tanzania. In tegenstelling tot het dagelijks leven, houden we er in de vakantie niet zo van lang op dezelfde plaats te verblijven. Verandering van spijs doet eten. Tanzania is bij uitstek een land dat in die behoefte kan voorzien, behalve dan misschien wat betreft het eten. Vele klimaatzones, grondgesteldheden, flora, fauna, stammen, religies, enz. Hein en Maya halen ons het vliegveld op. Bier en barbecue in Dar es Salaam. Vier weken eerder was het hetzelfde recept in Den Haag.
De eerste dag hangen we wat rond in de stad en zwemmen aan een strandje in de geur van fecaliën. Het is weer tijd om verder te gaan.
De volgende ochtend vertrekken we naar Zanzibar. Een eiland in de Indische Oceaan, waar bij wijze van uitzondering voor deze uithoek van de wereld, kruidige maaltijden bereid worden. Arabische, Indiase en Afrikaanse invloeden mixen hier kleuren en spijzen. Een helder blauwe koraalkust, exotische schelpen en de weldaad aan vruchten doen paradijselijk aan. En alsof deze wereld niet voldoende is, gaan we ook onderwater kijken met de duikbril. Merlijne stapt in een zee-egel. 12 stekels dringen door de eeltlaag heen. Een antagonistisch gekrijs over de verder zo rustig kabbelende Indische Oceaan. We willen nog de Kilimanjaro beklimmen.
Na wat ellendige minuten doet het bijtende zout zijn werk en varen we met dhow (Arabisch voor zeilboot) naar het koraal.
We zijn drie dagen op Zanzibar en beginnen aan dit paradijs te wennen, tijd om weer verder te gaan. Met de Dala Dala (op Zanzibar is dit een minibusje en vrachtwagentje tegelijk) reizen we weer terug naar Dar.
In Tanzania zijn enkele verkeersborden (overstekende olifanten) en heel soms plaatsnaamborden. Goede kaarten ontbreken en de wegenwacht en APK is ook anders geregeld. Hein en Maya laten zich in deze kwesties adviseren door Mr Mgoba, hierna te noemen ANWB. Hij helpt ons bij het organiseren van de tocht naar de top van de Kilimanjaro en zorgt voor een check van Maya’s jeep. Tevens kunnen we hem altijd bellen als we in de problemen komen … hij haalt ons dan uit de brand.
In alle vroegte worden wij door een jammerende Imam tot gebed opgeroepen. We vertrekken echter per jeep naar het noorden van Tanzania om de Kilimanjaro te beklimmen. Op de Kili hebben we elke dag in een andere klimaatzone. Temperaturen van 28 tot -15 graden en luchtdruk verschillen hier van 1000 millibar tot onder de 500 millibar.
Gelukkig worden we goed verzorgd. We houden wel van een pittig verzetje, maar zes dagen met een zware rugzak op lijkt ons wat veel. We huren een gids (‘Babu’ Augustin) en assistent gids (Alfesto) plus vier dragers waarvan er eentje tevens kok is (Alfred) en een andere ober (Marcus).
Na een halve dag wandelen zijn we toe aan onze eerste lunch en wordt duidelijk waarom we zoveel dragers nodig hebben. We worden genood te gaan zitten op de krukjes aan het gedekte tafeltje met: kip, vruchten, soep en broodjes. Een enigszins bevreemdende aanblik midden in het regenwoud (inderdaad … regen), waar onze eerste etappe doorheen loopt. We slapen net onder de boomgrens op 2.890 m. De tweede dag lopen we door naar 3.840 m. Otto voelt de hoogte aan zijn hoofd, maar blijkt gewoon niet de nodige 5 liter water per dag gedronken te hebben. De derde dag door de geheel doodse hoogvlakte heeft Merlijne de hoogte in de benen. Het verschil tussen start en finish deze dag is maar 100 m, maar ’s middags zijn we 0,5 km hoger. Deze dag is speciaal voor de acclimatisatie. We beginnen aan de ingekochte structuur te wennen. Elke ochtend worden we om 6:30h gewekt met een kop thee. Vervolgens ruimen we onze tent op en pakken onze bagage in voor de dragers. We krijgen pap, een omelet en (steeds ouder) brood. ’s Middags fruit en soep (steeds dezelfde smaak met een andere naam) en ’s avonds, popcorn, gebakken pinda’s, soep (weer een andere naam) en groenten met rijst.
Onze laatste overnachting voor de uiteindelijke beklimming van de top is bij Barafu Hut op 4600 m. Om 23:00 h worden we gewekt met een kopje thee. Om 0:00 h vertrekken we (met gids zonder dragers) om rond 6:30 h van de zonsopgang te genieten op Stella Point (5.735 m). We hebben zonder noemenswaardige stop gestegen. Midden in de nacht op stap, met hoofdlampjes op lijkt het een soort Sint Maarten optocht. Gelukkig hebben we volle maan en kunnen we redelijk makkelijk het pad zien.
Op Stella Point aangekomen komt de zon net tevoorschijn. Merlijne heeft haar laatste energie nu verbruikt. Otto gaat nog even naar Uhuru Peak (5.895 m) “Africa’s highest point, worlds highest free-standing mountain, one of world’s largest volcanoes..welcome”, staat er te lezen op één van de schaarse naambordjes die Tanzania rijk is.
Terug in het kamp mogen we van de gids even een uurtje slapen en krijgen als we weer ‘wakker’ zijn …(o, structuur) soep met weer een andere naam en zelfde smaak. Soep, ei, popcorn… goed bedoeld, maar de rest van de vakantie hebben we er geen trek meer in!
De afdaling gaat weer door een kale hoogvlakte. Het water is op en wandelen de hele dag op de gedachte aan water. Uitgeput komen we aan in het regenwoud. We waren de laatste dagen vertrouwd geraakt met het alom aanwezige stof dat zelfs door het gaas van de tent komt waaien. In het regenwoud blijkt dezelfde stof in een zeer vloeibaar soort modder te veranderen. Alles wat je aanraakt geeft zwart water af. Gelukkig hoeven we nog maar één dag met deze vieze spullen.
Terug in Moshi bij ons Lutheraans hostel merken we dat de tocht ons toch meer heeft uitgeput dan we dachten. We nemen een dagje rust en voeden ons met bruin brood (nergens te krijgen behalve hier), yoghurt (schaars), verse koffie (eigenlijk voor de export) en een boek. Welverdiende rust. Dan is het weer tijd om verder te gaan.
Behalve een aapje in de tuin van Maya en Hein hebben we nog geen ‘wilde dieren’ gezien. Op safari dus. Het Tarangire National Park ligt in de Maasai steppe. Een steppe, genoemd naar haar nomadische inwoners. Lieden die zich met trots verzetten tegen veranderingen in leefwijze (heel hedendaags dus). We kamperen op een stukje ommuurde steppe. Een Maasai met pijl en boog beschermt ons ‘s nachts tegen zijn stamleden.
We hebben het asfalt nu ver achter ons gelaten. De ‘dirt roads’ leiden ons nu langs zebra’s, impala’s, giraffen, antilopen, wratzwijnen, gnoe’s (Wildebeest), gazellen, buffels, bavianen, olifanten en zelfs een leeuw. Merlijne neemt wat vaart om een heuveltje van stuifzand op te rijden, bijna boven … staan we oog in oog met een olifant aan. Abrupt remmen en even stil staan op een te schuin stukje weg. De remschijven zitten vol stof en houden de jeep niet meer. Achteruitglijdend proberen we de auto op het pad te houden. De ongebruikelijkheid van deze rijwijze ontgaat de olifant niet. Met een schelle trompet roept hij de familie erbij. Een achttal olifanten zit ons verbaasd aan te staren.
We hebben een kwart van de hobbel-de-bobbel-weg gehad, nog ca. 350 km te gaan. We dachten dat hier geen dorpjes zouden zijn. Niets was daarvan op de kaart te vinden. Grote delen van de route echter laten het typische beeld zien van een hobbel-de-bobbel-weg met vrouwen met water, was of struiken op hun hoofd, mannen die karren voortduwen en kinderen in schooluniformen die zwaaien. Soms een voorbij racende jeep die het tafereel omhult met een dikke stofwolk.
Onze jeep heeft er genoeg van. De uitlaat breekt en föhnt nu dieseltank. Onze afspraak met Hein, Maya en Daniëlle in Morogoro gaan we niet op tijd halen.
Gelukkig heeft Tanzania het hoogst aantal automonteurs per auto. Twaalf zwarte handjes en een lasvlam zorgen er binnen twee uur voor dat onze uitlaat een geheel andere doch bruikbare vorm heeft gekregen. Het is inmiddels 19:30h en stikdonker. Onverantwoord om nog door te rijden over een onverlichte asfaltweg zonder noemenswaardige tussenplaatsen. We rijden een dorpje terug omdat daar een guesthouse zou zijn. Uitbater ‘Babu‘ (vader in Swahili) is erg blij dat hij zijn Engels kan oefenen op ons. ‘Mama’ bereidt het eten, waar we inmiddels erg aan toe zijn. Voldaan gaan we slapen. Er is hier geen stromend water, maar wel warm water. In een grote ketel op gloeiende kooltjes achter het huis kunnen we emmertjes warm water halen om ons te wassen.
De auto moet helaas de volgende morgen aangeduwd worden, maar daarna rijden we ‘non stop’ door naar Morogoro.
Met Hein, Maya en Daniëlle gaan we naar Ruaha NP. De auto heeft het echter gehad. De dieseltank lekt (wordt gemaakt, lekt weer, wordt gemaakt, lekt weer), de accu wordt vervangen, de voorbumper valt er af. Hein belt de ANWB om te vragen wat er moet gebeuren en om de prijs te bepalen met de ook hier weer in overvloed aanwezige monteurachtige kinderen. Het binnenstedelijke (inmiddels in Iringa) benzinestation ademt een onmiskenbare authentieke Afrikaanse sfeer.
Om de tijd te doden leert Daniëlle Swahili van Maya, Otto en Hein spelen schaak en Merlijne leest een boek. We moeten een nacht overblijven in Iringa. De volgende dag kunnen weer eindelijk weer verder naar Ruaha.
Maya geniet dat ze weer in haar autootje kan rijden en ontwijkt behendig de gaten en oneffenheden in de weg. Hein houdt zich bezig met zijn GPS en vertelt nauwlettend welke consequenties ´intermezzo’s´ hebben op onze gemiddelde snelheid.
Halverwege de middag bereiken we de lodge (ook een advies van de ANWB). Vanaf het terras kijken we uit over de eindeloze vlakte Acaciabomen. Nadat onze tassen in mierzoet ingerichte kamer staan (Daniëlle’s kamer lichtgevend oranje, de kamer van Hein en Maya lichtgevend roze en onze kamer lichtgevend geel), gaan we naar het Nationaal Park. We hadden nog geen krokodillen en nijlpaarden gezien en waren dus blij verrast toen we enkele door de stroom lopende gepolijste dikke ‘rotsen’ zagen klapperen en draaien met hun oortjes. De krokodillen trokken zich niets van deze Hipo’s (zo niet de domste dan toch de meest plompe safaridieren) aan.
We hadden de taken verdeeld: Otto zoek de luipaarden, Maya identificeert de vogels, Hein doet de landschapsfoto’s, Merlijne doet het watermanagement en Daniëlle doet close-up foto’s. Alleen Otto heeft zijn taak niet naar behoren volbracht.
Na drie dagen safari snel naar Dar Es Salaam om nog wat souvenirs te kopen. ’s Avonds gaan we (Olaf i.p.v. Maya) bier drinken in de plaatselijke bar/ disco/ hoerentent. De anders zo zorgvuldig en charmant geklede vrouwen in de meest kleurige Kanga´s (doeken), zijn nu wel erg schaars gekleed. Het typisch Oost-Afrikaanse gebrek aan haar is hier lang, blond of paars. De dames dingen naar de gunsten van oude wazungu (Swahili voor blanke vreemdelingen).
Uitslapen, nog snel een paar souvenirs en met de taxi door het drukke verkeer naar het vliegveld- terug naar Scheveningen.