hmtm Rotating Header Image

April, 2008:

Eerste bezoek Willempje

Door: Willempje

De eerste week in Dar besteed aan een beetje acclimatiseren, rondkijken in Dar en omgeving, zweten op de veranda en muggenbulten tellen. Een kakkerlak boven mjn hoofd in de klamboe, dat soort dingen. Geen Fred in de buurt om het beest te vernietigen. Ja, ik sta er helemaal alleen voor hier, hoewel, alleen, ik heb 2 zeer capabele vrouwen om mij heen, die regelen alles. Mijn lieve schoondochter Maya, uiteraard, die al een aardig woordje Swahili spreekt (ik ben nog niet verder dan “pole” , hetgeen sorry betekent) en haar hartsvriendin Marije (of Marrigje, zoals Maya haar noemt). Zeer bijdehand, maar voor Marije is het de eerste keer in Afrika en ze is o.a. bang voor de tropische beestjes, muggen i.h.b. en schudt steeds haar hoofd als ze merkt dat het hier niet zo goed geregeld is allemaal. Wat dat betreft voel ik mij een echte tropenkenner, dat heb ik allemaal al een keer doorgemaakt, breek me de b … niet open.
Hein vertrekt om een uur of 8, ‘s morgens, en komt om een uur of zes thuis. Als hij het huis uitgaat komt mamma Elisa binnen, de hulp, die elke dag de vloeren veegt, dweilt, strijkwerk doet, enz. Ik dacht dat ze ongeveer een jaar of 40-45 zou zijn, moeilijk in te schatten, ze blijkt 53 jaar te zijn. Ze is recentelijk weduwe geworden, vertelde ze me, en heeft kinderen. Ze is erg bescheiden, veel te veel eerbied voor die rijke blanken, soms genant. Maar Maya kletst met haar in het Swahili, en leert ook van haar de taal.
Hein doet wat hij kan, op het werk, maar echt gladjes verloopt het nog niet. Hij ergert zich aan de enorme bureaucratie. Om een voorbeeld te noemen: hij heeft er een maand over gedaan om een nietmachine te bemachtigen, op zijn kantoortje. Zjin baas is een Congolees en ouder en in Afrika betekent dat dat je dan buigt als een knipmes, en daarin is Hein niet zo goed. Hij heeft gelukkig een hele leuke collega, Carolyn, haar hebben we kort ontmoet, die hem begrijpt en, hopelijk, bemoedigt.
Naar de haven, in het centrum geweest om tickets voor de boot naar Zanzibar te kopen. De kaartjes zijn voor toeristen 2 x zo duur als voor residents, maar vooruit, het toerisme is hier een goede inkomstenbron. We hadden de auto bij het Hilton Hotel geparkeerd en hebben wat rondgelopen in de stad. Hier redelijk veel hoge gebouwen, nieuw en shabby wisselen elkaar af, grote billboards, de vooruitgang rukt ook hier op. Veel mensen op straat, vaak in kleurige rokken gekleed. Mannen soms ook in doeken, dat zijn leden van de Masaai. Die worden op een bepaalde leeftijd de ” bush” ingestuurd en moeten zich dan maar enkele jaren zien te redden. Het enige wat ze hebben is hun kleding en een stok (speer) en ze lopen hele afstanden het land door. Op een gegeven moment gaan ze weer terug naar hun stam (of niet) en zijn dan “krijger” geworden. Hun bestemmng wordt bij de geboorte al bepaald. Sommigen worden herder, vrouwen moeten natuurlijk voor de kinderen zorgen en …… ? Paar keer deze mensen bij een bar ontmoet als we parkeerden ‘s avonds, ze staan dan beetje bij de auto’s en hopen op een muntstuk. Bedelen niet echt.
Straathandel niet zoveel als bijv. in Zuid Amerika, maar dat wordt van overheidswege ontmoedigd, heb ik gelezen, omdat dat het straatbeeld vervuilt. De straatverkopers zijn daar natuurlijk niet blij mee. Ze mogen nog wel, maar dan moeten ze wat belasting betalen.
Langs de Ned. ambassade gelopen, een karakteristiek gebouw in deze stad, splinternieuw. Deed mij een beetje denken aan de Ned. inzending op de wereldtentoonstelling in Hannover, paar jaar geleden, maar ben naam architect vergeten.
Het is ongelooflijk groen, maar dat komt natuurlijk door de regen. Het hoost bij tijd en wijlen. Veel bloeiende bomen, struiken, planten. Sommige vind ik afschuwelijk als kamerplant in Nederland (bijv. de pik op schotel), maar hier staat het heel mooi, die felle kleuren.
Mensen zijn erg religieus hier. Aantal hoofddoeken valt me mee, wel mannen met zo’n mooi recht mutsje, dat zijn .m.i. moslims, maar je hebt ook veel fanatieke christenen. Vlakbij huis H en M worden dagelijks op het dak van een huis diensten gehouden. Eerst begint er een orgeltje te spelen (gaat uren door, echt letterlijk, klinkt een beetje als “Droomland”!) en dan valt de voorganger in. Als je denkt nu is hij wel bijna klaar, komt hij pas goed op stoom, en kan urenlang doorgaan. En dat niet alleen op zondag! Toch moeten er ook veel moslims zijn, want regelmatig hoor ik vanaf minaretten oproepen tot het gebed. Het zit dus wel snor, met die Tanzanianen. Ze zijn erg vriendelijk, ze lachen en spreken je aan op straat. Ik ben “mamma” en ze willen me vaak een hand geven. Nou vooruit.
Onlangs zijn we naar een (blanke) kroeg geweest, daar werd Liverpool-Arsenal op een groot scherm vertoond, voor de Engelsen en Zuidafrikanen die hier in groten getale wonen. Eerst mochten we niet in het zaaltje waar het scherm stond (only members), maar ik ben op de (Canadese) portier afgegaan en heb al m’n charmes in de strijd gegooid, en ja hoor, het hielp! De tweede helft gingen we toch liever kijken in de “Q-bar”, waar je hutje-mutje met Tanzanianen stond, veel gezelliger. Het rook er lekker naar vleesjes op de grill en er zaten mooie, superslanke Tanz. vrouwen met hele korte rokjes en diepe decolletes, dat was veel leuker om naar te kijken. Natuurlijk was ik wel blij dat mijn favoriete voetballer Dirk Kuyt een goal maakte!
De wegen zijn afschuwelijk, hier. Grote wegen zijn wel geasfalteerd, maar met heel veel gaten en rafelige randen. De kleinere wegen zijn onverhard, met diepe greppels erlangs, en heel veel kuilen, hotsebots naar het cafe ‘s avonds.
Ook al een filmavond gehad. Hein heeft een beamer en zo konden wij op de muur, vanuit comfortabele fauteuils naar Festen kijken, one of my favorites.
Slapen doe ik redelijk, onder een grote klamboe en met een ventilator. Deken/laken niet nodig, te heet. Ik heb een lekker kamertje, met een leeslampje, dus soms schrijf ik ‘s avonds nog wat, of lees voor ik ga slapen.
Lang weekend naar Zanzibar geweest. Hein heeft vrijdag een dag vrij genomen en maandag was een feestdag. We kwamen er vrijdag vroeg in de middag aan, na een bootreis met een redelijk comfortabele boot van 2 uur. Soort vliegtuigstoelen, airco aan boord en een vreselijk slechte Japanse (?) vechtfilm op een aantal video’s die boven ons hoofd hingen die onverstaanbare, maar wel duidelijk soort oerkreten uitbraakte. Toen we aankwamen in Stone Town regende het pijpenstelen. Meteen neergestreken in de eerste de beste tent aan het water, geheten “Mercury’s bar” , omdat Freddy Mercury op Zanzibar is geboren. Nooit geweten, maar voor de fans natuurlijk gesneden koek. Hein en Maya kennen ene Achmed, in wiens huis ze vorige keer hebben overnacht, maar die had alle gasten, waarschijnlijk i.v.m. het lange vrije weekend. Maandag is hier een nationale feestdag, dan wordt Karume herdacht, ooit president van Zanzibar die vermoord is. Achmed had wel een neef, Mohammed (hoe bestaat het?) die ons de kamers in Achmeds andere huis liet zien. Moh. kwam naar Mercury en ging ons voor door de wirwar van kleine straatjes, soort kasba. Helemaal niet zo gek als je je realiseert dat sjeiks eeuwenlang de dienst uitmaakten op Zanzibar. Zij verscheepten vanuit Stone Town de slaven, vnl. naar het oosten, die vanuit de binnenlanden van Afrika werden aangevoerd. De oorspronkelijke slavenmarkt is ook te bezichtigen en er is een monument. Het huis waar wij naar toe werden gebracht was zeer eenvoudig, maar kostte dan ook maar 11$ voor een kamer (eigen badkamer, wel heeel basic, maar wc, douche (koud) en piep wasbakje. Mijn bed was een kuil, “lokaal bed” legde Moh. gedienstig uit. Tussen een rechthoek van ronde palen spannen ze een web van sisal touw, maar dat rekt vrij snel uit. Wel klamboe en fan. Ok, 1 nachtje is nog wel te doen. We gingen de stad in, door de straatjes, over de markt, de slavenmarkt, het house of wonders, het culturele gebouw, het fort, alles gebouwd in Arabische stijl, i.v.m. de rijke sultans die dit eiland ooit tot grote bloei brachten (over de rug van de slaven heen, dan). Maar ook aan de export van kruiden, zoals kruidnagel, kaneel, e.d. werd veel geld verdiend. Het lopen door de modder en in de regen ging toch vrij snel vervelen, erg jammer. ‘s Avonds leuk uiteten in rest. Living Stone, met een live band. Zelfs nog gedanst. De 3 meisjes dan, Hein is niet zo’n danser, lijkt wat dat betreft helemaal niet op zijn paps!
Via Achmed de volgende dag een auto gehuurd, een 4wheel drive voor 60 $ voor 2 dagen! W.s. gewoon een particuliere jongen die dit weekend toch nergens naar toe ging. Maya reed, zij was de enige met een int. rijbewijs, aan te raden omdat je ongeveer elke 20 km wordt aangehouden door een prachtige politieman in een wit uniform die je papieren wil zien. Maya spreekt Swahili en is zo vriendelijk, dat ze al die kerels om haar vingertje windt, dus geen problemen. We zetten koers naar de zuidoostkant van het eiland, daar hebben we meer kans op goed weer. Klopt!
Onderweg bezoeken we een vlindertuin (sinds 3 maanden open, om met uitsterving bedreigde vlinders te conserveren) en het Jozani forest waar een bepaald type colobusaapjes voorkomen, de enige plek ter wereld (Zanzibar) waar deze nog leven. We zien hele groepen, heel leuk, ze zijn niet groot, zo’n 30 tot 40 cm en ze hebben ook kleintjes. Veel foto’s, er gaat er een bijna op Maya’s hoofd zitten. Ook wandelen we door de mangrovebossen, zien o.a. miereneters, de groene mamba (heel giftig) en een boomslang. We are lucky, zegt onze gids, die ons van alles verteld over de fauna en flora van Zanzibar. Twee kinderen lieten ons een beestje zien dat de jongen in de palm van zijn hand hield. Een “bush baby”, grijs aapachtig, met recht opstaande oortjes. Dan rijden we naar Paje, waar je een aantal hotels hebt zo aan het strand. We wikken en wegen en nemen onze intrek in Paradise Beach, hotel dat bestaat uit een 8 tal hutjes met palmbladeren dakjes (voor 2 a 3 personen) met mooie donkere houten meubelen erin en hoge, met houtsnijwerk versierde bedden (gelukkig ook met klamboe). De hutjes zijn 35$ per persoon, voor H en M 50$ voor 2 personen. Ik neem m’n eigen hutje, en heb een zitje voor de hut, onder palmbomen, kijkend over een prachtige blauwe zee, paradijselijk!! Hier blijven we 2 nachten. Eten kun je er ook, onder een groot afdak met stoelen en banken met kussens vanwaar katten (en soms ook een schurftige hond) ons peinzend aanstaren, zich uitrekkend of krabbend. Ook lopen er kipjes rond, kortom een gezellig gedoetje. Het eten smaakt ook prima daar, nogal Japans gericht en dat snappen we als we de 2e avond de eigenaresse zien, Japanese! Er zijn ook 2 Japanse stelletjes te gast. Verder misschien nog zo’n 6 gasten, dus heerlijk rustig.
We snorkelen, spelen ‘s avonds domino, maken de 2e dag een ritje, doen kleinschalige hotelletje aan waar Hein en Maya met Sisi en Frank hebben gelogeerd en bezoeken Zala zoo, waar we uitgebreid worden geinformeerd over de dieren door een bevlogen leraar, die het parkje heeft opgezet om de jeugd te wijzen op het belang van het voortbestaan van ogenschijnlijk “gevaarlijke” of “smakelijke” diersoorten.
Maar de tijd vliegt en na 2 nachten aan de kust rijden we weer naar Stone Town. Zanzibar is zeer islamitisch, veel moslimvrouwen, soms zelfs met schortjes voor het gezicht die alleen de ogen vrijlaten. De mannen dragen vaak een rond mutsje en soms een jurk. Ook zagen we nogal wat Masai krijgers lopen, ze bewaakten o.a. het terrein rond ons hotel. De mensen zijn erg vriendelijk, ze zeggen steeds gedag en vragen hoe je het maakt voordat ze je uberhaupt iets vragen. Je kunt niet een directe vraag stellen, daaraan gaat eerst een hele ceremonie aan vooraf. Wat een verschil met Groningers, die alleen “moi” zeggen.
Toen we na onze trip bij het huis aankwamen was de electriciteit weer uitgevallen! Roland, de buurman zei dat er het hele weekend niets aan de hand was, en ongeveer een half uur voor onze thuiskomst was het weer zover! Nadat Marije en ik bij kaarslicht de meest verrukkellijke pasta in elkaar hadden gedraaid en we die met geraspte oude hollandse kaas naar binnen hadden gewerkt sprong het licht weer aan! Gelukkig, frisse lucht vannacht. Heb zelfs voor ‘t eerst met airco geslapen. 23 graden, beetje aan de frisse kant!
Verder aapjes gefotografeerd in de tuin en een mongoest (soort eekhoorn), naar shopping centres en kunstmarkten, beetje dingetjes kopen voor thuis en natuurlijk het raamloze kantoor van Hein bezocht.

Voor het eerst Afrika en tropen

Door: Marije Overmars
Marije

Het is voor mij niet mogelijk om te proberen onopvallend rond te reizen in Tanzania of stiekem mijn eigen gang te gaan, overal word ik als Mzungu (blanke rondreizende Europeean) benaderd of bekeken. De dag na mijn aankomst in Dar wordt ik direct naar een afgelegen gebied gereden. In het dorpje Mang’ula komen kleine kinderen achter Maya, Hein en mij aangerend, de dapperste wil zelfs graag naast me lopen en mijn hand vasthouden, totdat zijn moeder hem terugroept. Het is bijzonder voor de kinderen om eem Mzungu te zien. Deze eerste ontmoeting in Afrika zet me aan het denken over hoe een donker iemand zich vroeger (?) in een dorp in Nederland gevoeld moet hebben en ik realiseer me hoeveel verschillende bevolkingsgroepen er nu in Amsterdam gemixt door elkaar leven zonder dat er iemand wordt nagestaard. Maya wordt hier tot mijn verbazing ook voor Mzungu uitgemaakt, hoewel er toch ook wel lichtere Tanzanianen zijn (de meeste Tanzanianen hebben een hele donkere huid). Maya beweert dat het door haar haardos komt. De bevolking van Tanzania heeft namelijk nauwelijks haar. Mannen en vrouwen hebben meestal slechts een paar cm haar op hun hoofd. Vrouwen met lang haar hebben uit China geimporteerde haarstrengen laten invlechten of een pruik op hun hoofd! Dat verklaart wel waarom de kapsels er continu perfect uit zien (ik vroeg me al af hoeveel haarlak erin zat). De gids in Udzungwa mountains heeft eveneens weinig haar op zijn onderbenen.. Bijna om jaloers op te worden (scheelt veel gedoe met scheren etc).

Het is vreemd om in 1 enkele keer 400.000 (ca 250 euro) van de bank te halen, terwijl ik normaliter nooit meer dan 50 in mijn portomonnaie heb! 4 Ton is een heel erg dik pakket met briefjes van 10.000. In Tanzaniaanse shilling ben ik een miljonair!! Ik voel me ongemakkelijk en uitermate decadent als we rond rijden in de gigantische auto van Maya en Hein, terwijl mensen langs de weg lopen, fietsen (soms op een houten fiets) of voor een zelf gemaakt karretje lopen te zwoegen met alle spullen die ze mee zeulen. Brandhout, houtskool, water, fruit, zakken met brood voor een heel dorp, suikerriet en soms een gezin. De vrouwen mogen altijd achterop. Als we in de schemering over een modderweg vol gaten rijden in de regen zien we hoe een vrouw die achterop zit gelanceerd wordt en recht op haar gezicht valt. Gelukkig staat ze direct weer op. De tegenstelling tussen arm en rijk is heel erg groot. De elite heeft een auto, met mazzel heeft iemand een fiets of een koe, de rest loopt. Ook als het water in de straten tot boven je knieen staat. Kleren worden niet opgetild of uitgetrokken als er een grote hoeveelheid water op de weg is, nat worden de fietsers en voetgangers toch wel.

In de file in Dar (’s ochtends de stad in en ’s avonds de stad uit) zie ik meer modellen Toyota dan ik ooit voor mogelijk had gehouden! Uiteraard allemaal oude modellen, vaak met de Japanse letters of vignetten er nog op. De meeste auto’s zijn wit, dan worden ze minder heet…. Het verkeer (links rijdend) is een vreselijke chaos, als er al banen zijn dan kan je afhankelijk van waar je bent toch tegenliggers op jouw deel vinden. De tegenligger toetert nog even om te laten weten dat hij er is. Dat doen bestuurders ook die nog even door rood rijden omdat ze anders zo lang moeten wachten. Onderweg naar de luchthaven om Hein’s moeder op te halen knallen we als we optrekken op een of andere idioot die we doordat er een auto naast ons stond niet aan zagen komen. De schade voor onze auto is nihil, de veroorzaker scheurt zo hard door dat we hem niet kunnen achterhalen, maar zijn wielkas zal waarschijnlijk behoorlijk ingedeukt zijn.
Op de weg geldt het recht van de grootste (zwaarste), in volgorde:
Vrachtauto, 4 wheel drive – dalla dalla (afhankelijk van de bestuurder), personenauto, Bajaj (een 3 wieler tuk tuk), brommer, persoon met een kar – fietser, voetganger. Iedereeen maakt gebruik van dezelfde route.
De zachte modderige berm langs wegen wordt benut door dalla-dalla’s (busjes volgepropt met mensen) die links inhalen. Maar als er files zijn kan het gebeuren dat er iemand in tegengestelde richting in de berm rijdt. Vaak iemand met een speciaal nummerbord (je hebt rode nummerborden en nummerborden die beginnen met cd , de bijbehorende bestuurders worden meestal ongemoeid gelaten ongeacht hun rijgedrag, hij/zij is namelijk werkzaam voor een belangrijke organisatie die in Tanzania investeert, fyi Hein heeft zo’n auto van zijn werk). De files worden meestal veroorzaakt omdat er ergens een gat in de weg zit waar iedereen en zeker de wat kleinere personenauto’s langzaam doorheen moet. En waarvoor afgeremd wordt. De auto’s hebben geen roetfilter of iets dergelijks, de meeste uitlaatgassen zijn pikzwart. Dar is wat dat betreft een heel erg smerige stad.

De gaten in de wegen zijn meestal ontstaan door de regen, daar heb ik inmiddels al aardig wat van gezien (gaten en regen), de regen is wel prettig want het betekent dat het wat koeler is (26 graden). Als de zon schijnt is hij echt heel fel, je merkt nauwelijks dat de zon hier van oost naar noord naar west draait want eigenlijk staat hij de hele dag boven op je hoofd. Bij het snorkelen ben ik ondanks goed insmeren en het dragen van een t-shirt over mijn bikini halverwege de dag toch een klein beetje verbrand. Hein smeert zich nooit in en het is me een raadsel dat dat goed kan gaan. Mijn huid is zoveel zonnekracht niet gewend. De zon schijnt ca 12 uur per dag. Het is elke avond rond 18.30 donker, het beeld van de braai van Hein, dat ik in Nederland had heb ik iets moeten bijstellen. Je kan hier niet zoals in Nederland gezellig in de avondschemering zitten, in plaats daarvan is het in en om het huis verlicht met tl buizen. Als de stroom het doet, want van de dagen die ik in Dar geweest ben is tot nu toe ongeveer de helft geheel of gedeeltelijk zonder stroom geweest. Dat is lastig als het al zo vroeg donker is. Lezen bij kaarslicht gaat op een gegeven moment niet echt goed. Candle ligth dinner heeft voor mij inmiddels de betekenis van koken bij kaarslicht… 🙂 Doordat de waterdruk electrisch geregeld wordt is het zonder stroom een uitdaging om de zeep af te spoelen met het koude water. Het water uit de kraan is als de stroom het wel doet overigens ook koud. Maya en Hein vinden het niet nodig om de boiler aan te zetten. Voor mij persoonlijk is dat af en toe best een uitdaging, het water is denk ik zwembad temeratuur, dus als je door bent is het wel oké.

Het huis van Hein en Maya is er 1 van 5 op een stukje grond (compound) dat ommuurd is en wordt bewaakt door Askari’s. De Askari’s zijn allemaal erg aardig zeker omdat we proberen ze in het Swahili te begroeten. Opperhoofd Nico probeert altijd eerst in Swahili te praten en vertaalt pas naar Engels als we niet weten wat hij zegt (ook voor mij is hij streng, Hein’s moeder komt wel met Engels weg). Op de muur om de huizen is gebroken glas ingemetseld zodat er geen indringers kunnen komen. De apenfamilie die regelmatig langskomt heeft er gelukkig geen last van. Ze gebruiken de takken van de Cashewbomen of van de Palmen die in de tuin rondom de huizen staan. Ook rent er regelmatig een grappig beestje door de tuin (Maya noemt het een Mongoest) een soort grote eekhoorn met een kattenstaart. Ook zijn er veel mieren, termieten en muggen actief. Ondanks dat ik af en toe Deet (40%) opspuit zien mijn benen er niet uit met al die rode bulten en vlekken. En JEUK, aargh, vooral op mijn enkels is het erg!!! Van alle nattigheid en het vaak douchen en wassen van je voeten heb ik inmiddels blaren. Het valt lichamelijk niet mee om in de tropen te wonen ;-). Het eten buitenhuis valt over het algemeen redelijk goed, heel af en toe iets minder maar dat levert met name kramp op.Als we een dagje thuis koken is het weer weg. Lariam slikken (tegen Malaria) gaat gelukkig nog zonder bijwerkingen gepaard. Maar het blijft beter om niet gestoken te worden. In huis wonen gekko’s zij eten de weinige muggen en grote kakkerlakken die toch zijn binnengekomen. Alle ramen zijn voorzien van stalen tralies (horizontaal) en horren. Hierdoor kunnen de ramen die er eigenlijk meer uitzien als reuze luxaflex van glas atlijd open blijven. De ventilatoren in alle ruimtes zorgen voor een beetje verkoeling als het warm is. Als ik ga slapen klim ik in mijn tegen muggen beveiligde ‘prinsessenbed’ (er hangt en grote klamboe omheen).

In Tanzania zijn veel gelovige mensen, thuis worden we dagelijks op een Christelijke kerkdienst getrakteerd (compleet met orgelspel a la Raymond van het Groenwoud voor wie dat liedje kent maar dan met valse zang), ook roept de imam van de moskee aan de andere zijde van het huis regelmatig om onze aandacht. Als klap op de vuurpijl heb ik het geluk dat achter de muur bij mijn slaapkamer een dame ’s avonds af en toe op hefige wijze geesten verdrijft of iets dergelijks (de eerste keer dacht ik dat er 2 mensen ruzie hadden waarvan 1 een monoloog hield en de andere becomentarieerde zonder dat de monoloog stopte). Gelukkig is dat niet al te vaak. De buren van Maya en Hein (Duits en Duits Kenyaans) zijn vriendelijk maar wel wat ouder en doorgewinterde tropenbewoners. Iedereen is erg op zichzelf, 1 huis is momenteel leeg (de oude Duitser die daar woonde ging vorige week weg), 1 huis wordt af en toe bewoond door iemand die voor het bedrijf van de eigenaar werkt. Meestal is het leeg. Elke dag komt ‘mama Elisabeth’ om ons huis en de 2 lege huizen schoon te maken en de was te strijken. Het is fijn om hulp te hebben, maar het voelt ongemakkelijk. Ze reist lang om te komen en ze verdient voor Tanzaniaanse begrippen niet slecht maar het is toch weinig. De compound geeft relatieve rust en veiligheid maar het is wel opgesloten want je hoort de geluiden op straat wel, maar je kan niet zien wat er gebeurt.

Maya, Willempje (Hein’s moeder) en ik houden ons door de weeks overdag bezig met zaken zoals uitgebreid ontbijten, veel boeken en tijdschriften lezen, boodschappen doen (zowel bij de locale winkeltjes als in de malls), stroom regelen, dingen voor het huis aanschaffen of bestellen en eten koken. Daarnaast bekijken we wat meer toeristische dingen zoals de binnenstad, the national museum, markten (tinga tinga markt, handicraft market) , Maya’s favoriete gallerie en de werkplaats van polio slachtoffers (www.wonderwelders.org). Met Hein gaan we in de weekends op stap. Mijn eerste weekend hier was Pasen, dus hadden we 4 dagen. Het tweede weekend hebben we een snorkeltrip naar een eilandje vlakbij Dar es Salaam gemaakt, afgelopen weekend waren we op Unguja eiland (Zanzibar). Hein had vrijdag vrij genomen en maandag was een officiele feestdag. Komend weekend geven we misschien een feestje voor Hein’s verjaardag. Al is nog niet duidelijk hoe groot het wordt, Hein heeft nog niemand gevraagd om te komen. We gaan vandaag langs bij zijn kantoor in Kibaha om te zien waar hij werkt en om te lunchen in zijn favoriete eethuisje.

Op een doordeweekse avond hebben we Engels voetbal gekeken in 2 verschillende kroegen. Engels voetbal is hier zo populair dat de scores zelfs op een muur in Zanzibar town bijgehouden werden. Het verschil tussen de kroegen waar we gekeken hebben kan niet groter. De één is een expat kroeg met de naam George and Dragon, waar we members moesten zijn om het zaaltje met het voetbalscherm te mogen betreden. Een membership kon je niet kopen, je moet er vaak komen om het te verdienen. Op aandringen van Hein’s moeder mogen we voor het einde van de 1e helft toch binnen in het zaaltje. De tweede helft kijken we in de Q-bar. Een plek waar veel Tanzanianen komen, maar het is ook de werkplek van prostituees. Drie mannen voor onze neus worden voorgesteld aan meisjes, twee happen toe, de derde wil niet maar zijn vrienden vinden dat hij moet. Er wordt een steviger meisje gehaald (de eerste was echt graatmager) en die valt iets beter in de smaak, maar hij wil nog steeds niet. Geen idee hoe het afgelopen is want na de wedstrijd zijn we naar huis gegaan. De dame die de meisjes verdeelde was wel erg aanhoudend/dwingend. Ook in Zanzibar blijkt een populair café werkterrein van jonge meisjes (en jongens). Je kan er gelukkig ook lekker eten en dansen bij/met de lokale band.