hmtm Rotating Header Image

Gastcolumn

Oppassen in Ede – gastcolumn van Oma Bouwmeester

Met Miko op mijn arm zwaaien we Hein uit. “Dag pappa”, tot straks”. Een lipje trilt, mijn kleindochter begint klaaglijk te huilen. “Kom, we gaan naar Tarek toe”. Hij zit op zijn knietjes voor een groot bouwsel van lego. Binnen enkele minuten stapt Miko stralend rond tussen de kleurige bouwstenen.

“Oma, voorlezen”, gebiedt Tarek, als de lego niet meer boeit. Het ene na het andere prentenboek wordt uit de kast gehaald. Nederlands, Engels, het is om het even. Miko draait kringetjes om de hondjes, die zich nooit zo goed raad weten tussen de kindjes in dit huis, deze gladde vloer, zonder hun vertrouwde slaapplekjes.

Na het voorlezen gaan we winkeltje spelen. De doos met mini boodschappen van AH komt te voorschijn en de potjes pindakaas, jam, blikjes fris, de groente en het fruit, worden uitgestald op het kleine tafeltje. Oma krijgt centjes en een bonuskaart en verheugt zich op haar inkopen. Maar Tarek beslist anders. Voor het winkelen begint gaan we door de hefboom “zwoef” en dan met de lift. “Zjoef, zjoef”, hij maakt slangachtige bewegingen met zijn armen, er komt geen einde aan.

Als Miko met de tomaten begint te gooien is dit spelletje gauw afgelopen.

“Kom”, beslist oma, “we gaan naar de kinderboerderij”. De wandelwagen voor Miko wordt klaargezet. Pakjes drinken moeten mee en “Time out, oma”. Deze voor oma onbekende lekkernij wordt uit de voorraadkast gehaald. Tarek weet precies waar alles ligt.

Eenmaal buiten wijst hij oma de weg. Intussen praat hij honderd uit. De woorden buitelen over elkaar. Bij de stoplichten drukt hij op de knop voor het oversteken en slaat zijn armpjes om de paal. Goed geïnstrueerd! Vlak voor het park begint het te druppelen. “We kunnen zo, oma dan zijn we gauw in het bos en worden we niet nat”. Tarek zet z’n capuchon op.

“Zet jij ook je capuchon op, oma”! zegt hij zorgzaam.

Bij de kinderboerderij haal ik Miko uit de wagen. Ze stapt meteen op een kleine draaimolen af. Laat haar kontje op een zitje zakken en  draait tevreden rondjes. Stap stap, met haar kleine voetjes zet ze zich af. Tarek eet z’n Time out, zittend op een bankje en kijkt wat bevreemd naar een spastische vrouw, die nare, harde kreten uitslaakt tegen haar begeleider. Moeizaam zoek ik naar eenvoudige woorden, probeer uit te leggen, maar schiet hopeloos tekort. Tarek reageert niet, Miko draait onverstoorbaar haar rondjes.

Als de koek op is gaan we naar de konijnen, Tarek vertelt. Bij de voliëre met bont gekleurde vogels begint het hard te regenen. We spurten naar de boerderij waar we kunnen schuilen in de grote kapschuur.

Miko is een en al oog voor de geiten die ook naar binnen gevlucht zijn. Handjes door de spijlen. Op een stoeltje zit een man, met grijs haar. Op zijn schoot klemt hij een Barnevelder vast. Onafgebroken aait hij de kip, terwijl de verzorgster naast hem op hem inpraat. De man heeft een verstandelijke beperking, maar het is mooi om te zien hoe Tarek daarop reageert. Heel serieus praten ze over de kip en als ik vertel dat wij ook Barnevelders hadden legt Tarek uit dat zijn oma uit Paterswolde komt.

Na een bezoek aan het vee in de wei gaan we nog even naar de speeltuin. Miko klimt zelf in het speelhuisje en glijdt van het natte glijbaantje. Broek nat, glijbaan droog, dus nog maar eens, en nog eens, tot het tijd is om naar huis te gaan. Miko in de wagen, Tarek ernaast. Hij is nu wel een beetje moe en geeft oma een plakkerig handje. Onderweg moet hij ook nog ‘susu’en ‘pupu’, het spant erom! Maar zonder ongelukjes komen we thuis.

We eten en boterham en daarna gaat Miko slapen. Oma leest Tarek voor of …. is het andersom? “Swimming in the ocean, swimming in the ocean, what do I see, what do I see? I see a whale, chasing after me, chasing after me!”  Tarek kent het hele boek uit zijn hoofd en zingt het oma voor.

Samen laten we de hondjes uit. Tarek heeft het grootste plezier als de hondenriemen in elkaar verstrengeld raken, vooral als de riemen ook nog om zijn lijfje draaien. Oma moet hem en de arme hondjes keer op keer bevrijden.

Thuis ploffen we op de bank. Tarek mag ‘Molletje-‘ en ‘Janosch’ filmpjes kijken op opa’s Ipad.Zijn vingertje vliegt geroutineerd over het scherm . Oma kijkt bewonderend toe. Ze heeft geen kind meer aan hem en dut een beetje in boven de krant.

Maar regels zijn regels: niet langer dan een half uurtje. Dan moet de Ipad uit. Er moet weer gespeeld worden.

Behulpzaam haalt Tarek een spelletje uit de kast. Tantrix. Hij legt omstandig uit. Als Miko  na haar middagslaapje mee wil spelen blijkt dat ze heel wat anders verstaat onder het spel dan haar oudere broertje. Oma moet schipperen. Veel herkenning!

Dan zwaait de deur open, daar is pappa! Miko straalt. Maya komt vanavond laat. Zij is bij oma Klebach die vandaag is thuisgekomen uit het ziekenhuis! De nieuwe nier functioneert en ze hoeft niet meer te spoelen!

Hein maakt ‘chapaties’, tortilla’s met bonenpuree, gehakt, guacamole, geraspte kaas en creme fraiche. Miko smult, handjes bonen en avocado verdwijnen in haar mondje, maar ook ernaast. Ze zit onder! Als het haar niet snel genoeg gaat begint ze te urmen. Geen verstaanbaar woord, helaas.

Tarek eet zijn chapaties het liefste puur. Beetje avocado, beetje geraspte kaas misschien? Nee, dit kleine mannetje weet precies wat hij niet wil.

Als Hein de kleintjes in bad doet stofzuigt oma nog even de woonkamer. Dan zijgt ze neer op een stoel, met een wijntje! Poeh poeh, hoe deed ik dat vroeger allemaal? En dan had ik er nog wel drie! Maar boven alles voel ik me rijk. Twee prachtige kleinkinderen, en ik mag er af en toe voor zorgen.

Bouwmeesters op bezoek

By: Bouk Bouwmeester

Het is nu 13 maart en ik/we zitten inmiddels alweer een week in bruisend nederland. Wat heeft dit land toch een hoop kleur, gezellige mensen die vragen hoe het met je is en het lijkt wel of iedereen het hier niet zo nauw neemt. Toen ik voor het eerst Nederland te zien kreeg vanuit het raampje van het vliegtuig leek het wel een groot betonblok met stoplichten, heerlijk! Dar es Salaam. Het blijft toch een prachtig zooitje. Nederlands motoragent zou hier lekker los kunnen gaan: “waar zijn we mee bezig? Mag niet he, op de stoep fietsen”.

Geleerd dat Dar zogeheten deathlanes heeft. Dat is de middelste rijbaan die beide verkeersrichtingen mogen gebruiken. Een soort inhaalstrook, alleen dan zonder indicatie welke richting op dat moment bevoegd is om in te halen. Gewoon gaan en hopen dat je niemand tegenkomt. Beetje oppassen omdat de wegen meestal zo vol zitten dat je niet zomaar weer je ‘officiele’ rijstrook in kan snijden. Heel fijn dus als er een tientonner voor je rijdt die als een soort Olifant zich een weg door de impalas beukt…..daar moet je achter zitten. Goede buffer.

Uitleggen aam een bajaj-cauffeur (motor taxi) dat we in Nederland zoiets hebben als een vluchtstrook waar je alleen in nood even op mag stilstaan, zou onmogelijk zijn. In principe telt bijv de A4 naar Den Haag altijd twee extra rijstroken, alleen zien wij die niet. 1, de vluchtstrook en 2 het stuk gras wat vaak links van de weg zit, misschien zou dit zelfs voor 2 banen kunnen tellen. Enfin, een stoplicht vermijden door gewoon het tankstation op te rijden, langs de pompen heen on zo weer hup het straatje rechts in te steken, werkt erg goed om mijn linkerhersenhelft wat bij te trainen. Rijden in Dar is leuk, zeker met een 4×4…toyota…waarbij de schrokdempers wat vreemd doen zodat je het gevoel krijgt op een enorm waterbed met 4 wielen te rijden (auto Hein en Maya). Achterin een bajaj zitten om zo na 16:00 de binnenstad soort van fileloos uit te komen is net alsof je een kaartje voor walibi flevo hebt gekocht, alleen duurt een ritje ongeveer een halfuur a uur. Ik kijk om me heen en bedenk me dat de vrouwen hier, met vaak enorme billen, best een voordeel hebben. Tess zit rustig naast me:)

Niet alleen het verkeer, maar ook de geuren, de kraampjes, de bouwmaterialen, de muziek, het gekakel, de toeters, de potholes, de bizarre vrachten, de shappas maakt Dar een grote beleving. Shappas : 9P busjes die mensen langs de weg oppikken en afzetten. Ook erg goed tafereel. Deze busjes rijden niet op een tijdklok ofzo, de enige noodzaak is om voor de shappa te komen die naar dezelfde plek gaat als jij, want dan kan je de mensen van je concurrent afpakken. Zo onstaat er een constante battle tussen de busjes op de weg met inhaalbewegingen waar zelfs schumacher een duim aan kan zuigen. Als passagier mag je er ook niet ‘lang’ over doen om in te stappen, omdat dan het gevaar bestaat dat het andere busje met dezelfde lijndienst jou inhaalt. Het mannetje dat het geld achterin de bus bij iedereen ophaalt duwt je dan ook snel tussen de rest van het vee, om vervolgens met twee tikjes op het verroeste staal aan te geven dat er weer gereden kan worden. Opzich kunnen ze best goed rijden, ze lappen alle regels aan hun laars maar hebben zich zo geevalueerd dat ze daar prima mee om kunnen gaan. Varkens hebben het nog niet zo slecht in Nederland. Maar het kan ook wel gezellig zijn daarbinnen. Tussen de ellebogen, knieen, kippen en het steenkool door is het soms wel moeilijk om te zien of je al op je bestemming bent, maar daar hadden Tess en ik dit jaar eigenlijk nog weinig mee te maken.

Dit keer waren we nl. met de hele familie uit Nederland vertrokken en familie stond dit keer centraal. Dus niet zoals met Tess vorig jaar in 6 weken vanuit Kaapstad naar Dar es Salaam zien te komen met vanalles dat maar beweegt, maar meer op z’n verandaas; terassje, sigaretje, restaurantje, biertje, lagoontje, golden tullip infinite pooltje, sushitje, sigaretje, biertje, verandatje, bootje, snorkeltje, gin en tonicje, balconetje, mango shaded lane-etje, captain morgantje, restaurantje, sigaretje, biertje nog een biertje etc. Ndovu bier was de favoriet. Hein drinkt graag een Ndovu. Ik ook, maar ik nam het meestal niet zo nou. Vaak nam ik ook genoegen met een Safari of een Serengeti of een Tusker. Geen biershirt gekocht. Wel andere mooie dingen zoals een mini-baobabje gemaakt van ijzerdraad. Fred zag dit met argwaan aan en besloot de dag daarop op ook een bao-babje van ijzerdraad te kopen maar dan vier keer zo groot, uiteraard.

Nog voor we vertrokken waren uit Nederland stond de hele reis al zo’n beetje vast. Aan de hand van een excel spreadsheat konden tess en ik vanuit amsterdam al precies zien wat er van ons verwacht werd. Fred maakt van vakantie zelfs zn werk :). Achteraf bleek wel dat Hein en Maya niet helemaal duidelijk hadden doorgekregen wat we zouden doen in hun lange weekend, waardoor we 1 dag van te voren te horen kregen dat de lodge, op het eiland pemba waar we heen wouden, geen kinderen onder de 7 accepteerde. Het gekrijs van huilende babys is nl. heel vervelend als je vakantie viert. Dat wil je niet. En zo gingen we dus maar weer naar lousy zanzibar, gaap. Naar een ‘Lodge’ want zo heten die dingen hier. Hakunamatata; gerund door duits echtpaar. Met verder uitsluitend duiste gasten en de serveerster, ook uit duitsland, vroeg op een gegeven moment of ze duits met ons kon praten. Duitsland heeft toch geen strand? Buiten de waanzinnig kitscherige ingerichte kamers (deed me beetje denken aan bruin café maar met houtwerk sdat ook nog eens glimt….serieus dikke kleden op de tafels matchend met het dekbed en de kussentje op de stoelen) en het zwembad dat meer iets weg had van een slachthuis hadden we het erg fijn.De Lodge lag aan een baai met erg mooie zonsondergangen. En s’avonds konden we op een hutje dat met palen boven het water zweefde heerlijk stiekem ons zelf meegebrachte rum opdrinken: captain morgan. Op den duur werd het bestellen van alleen water wel steeds inspannender, de serveerster heeft wel moeten denken: “hoe kan dat nou?” Nou gewoon rum, een hele fles, onder de tafel, in de schaduw van het tafelblad, zodat je het niet ziet. Iemand nog?

Voor de lezers die het tot dusver hebben gered kan ik vertellen dat het huren van een scooter op zanzibar erg valt aan te raden. Samen met Tess heb ik in een halve dag een mooi rondje over Zanzibar gereden. Op de terugweg met de boot vanuit Zanzibar naar Dar, maakte ik me nog een beetje zorgen omdat de ferry van koers leek af te wijken. Hein had zijn GPS meegenomen en daarop konden we zien dat de boot totaal anders voer dan de heenweg. Er gingen ook steeds techneuten de machinekamer in….Uiteindelijk deden we 45 min langer over de terugweg en kwamen we veilig aan. Rambo III, die in de cabine werd vertoond, is door GPS totaal aan me voorbij gegaan omdat ik de hele tijd zenuwachtig op dat ding zat te kijken. Iemand nog Rambo III in de aanbieding?

Zanzibar hebben we 2 dagen aangedaan. Toen weer terug om nog een hele dag in Dar te hebben voordat we naar Mozambique zouden vliegen om daar neef Wouter, vriendin Ellen en nichtje Dorien op te zoeken. We zaten immers in de buurt.

Chronologische vertelling ontbreekt een beetje in dit onsamenhangende verhaal, vandaar dat ik zomaar terug kan naar de eerste drie dagen van ons verblijf in Tanzania, toen nog samen met mijn lievelingszus Janneke. Hein en Maya waren nog o zo druk met werk dat we besloten om met z’n vieren naar het noorden te gaan, naar het plaatsje Bagamoyo.

A pitoresc little colonial village were the sound of playing children echo through the shady narrow streets…. Gedeeltelijk waar, behalve dan voor de narrow streets. Bagamoyo was vroeger de uitvoerhaven voor slaven naar Zanzibar en vervolgens de rest van de wereld. Als je als slaaf eenmaal bij Bagamoyo was aangekomen wist je dat het over was. Vanuit die reden zijn we daar dan ook naar het slavenmuseum geweest en hebben we zelfs een kerk bezocht. Pap, Mam ik vonden het ondanks dat erg leuk om weer eens met jullie op vakantie te zijn.

Eigenlijk vind Ik Tanzania/Afrika al een groot openlucht museum waar zich allerlei dingen afspelen die je niet zo snel thuis zou zien. Wat mij ook heeft gefascineerd is de inventiviteit van de Afrikanen. Ze hebben het niet zo ruim, waardoor ze creatief met voorwerpen om moeten gaan. Zo kan je prima een oude gasfles doormidden zagen om daar een barbecue/vuurtje in/van te maken of je fiets gebruiken als draaimechanisme voor het slijpen van messen (fiets van de grond, aantrappen, touwtje van wiel naar slijptol), of een gaatje in de dop van een lege fles maken en daar een saus/zeep in te stoppen, zodat je een knijpfles hebt (hervulbaar). Er worden enorm veel spullen aan de zijkant van de straat verkocht, waaronder, ja hoor, bouwmaterialen zodat je/ik constant werd getriggerd wat je allemaal zou kunnen bouwen etc. Alles op straat straalt zoveel energie en bedrijvigheid uit; enorm levendig. En allemaal erg tastbaar en direct. Alles is ook nog eens zo gedragen en gebruikt omdat het weer wordt hergebruikt, snappie?

Eenmaal de kerk uit, gingen we naar Lazy Lagoon. Een Loooooodggge op een schiereiland net voor de kust van Bagamoyo. Waanzinnig mooie plek en achteraf jammer dat we daar maar een nachtje hebben kunnen zitten, maar we hadden een schema. De dag daarop stond in het teken van Tarekje knuffelen. Hij weet al precies wanneer hij “joden!” moet zeggen op het nummer van “daar hoorden zij engelen zingen…….”. Zo’n knap ventje. Dingen kapot scheuren en spullen van tafels gooien vind hij ook al leuk! Ik kan niet wachten om hem voor het eerst naar het F-vak mee te nemen. Wat zal die een mooie hooligan worden. Als hij nou een enorme popster wordt later zou hij de luxe van twee nannys kunnen voortzetten. Ik heb dit proberen aan hem uit te leggen, maar zover is hij nog niet. Het is of joden of byebye.

Ik geloof dat ik nu maar eens op ga houden. Misschien maak ik nog een leuke geluidscollage van atmosferen die ik tijdens deze reis heb opgenomen.

Bouwmeesters op bezoek

Bezoek Tanzania

by: Anna van Leeuwen

Visit Tanzania

In mijn portemonnee prijken groene en rode briefjes met buffels en olifanten erop, ik slik ‘s ochtends een malariapil, mijn rug is een ranzig schilferend slagveld en als ik mijn mouw opstroop om op mijn horloge te kijken schreeuwen vriendinnen “OH MY GOD, OH MY GOD! Wat ben jij bruin!”.
En zonder dat alles, en zonder al die bizarre foto’s op mijn computer (apen? giraffes? wtf?), zou ik nooit geloven dat ik ooit in Tanzania ben geweest. Als ik uit mijn raam kijk zie ik de vertrouwde multiculti vishandel El Pescado, ristorante Lago Maggiore en natuurlijk Slijterij Wijnhandel Hamers, mensen in donkere winterjassen lopen met boodschappentasjes en winterse gezichten heen en weer en alles ziet er uit alsof we nooit zijn weggeweest. In de tussentijd heeft Nederland overigens wel het kabinet laten vallen, de sneeuw opgeruimd en de zon verstopt.
Jammer is dat, vooral dat laatste.
Ik had me voorgenomen over Tanzania te gaan schrijven op het moment dat onze tijd in Tanzania qua waarschijnlijkheid van “bizarre mooie droom” zou veranderen in “vakantie herinnering”, maar dat gebeurt maar niet, dus misschien is vandaag een goed moment.
Het spelletje “één week geleden” werkt vandaag namelijk voor het laatst.
Een week geleden beleefden we onze laatste dag in Tanzania bij Hein en Maya en voerden we een stiekem plan uit.
De grote boom voor het huis van Hein en Maya, de boom waarin we de eerste dag in Tanzania met optimistische tropische-dieren-in-overvloed-overmoed dachten een “kolibrievlinder” te zien, wat een vliegend kevertje bleek te zijn, was twee weken eerder omgevallen met veel nachtelijk lawaai. Lawaai waarvan ik was wakker was geschrokken en even dacht dat er een soort grote terror-aap op het dak stampte. Roy sliep dankzij tropische oorpijnklachten zoet verder. De volgende dag bleek de boom omgevallen en de stroom uitgevallen, omdat de boom precies op een stroomdraad was terechtgekomen.
Inmiddels, een week geleden, was de elektriciteit weer hersteld (onder de telefoondraad kon je nog wel limbodansen, maar dat zal misschien ook al zijn opgelost?). De omgevallen boom was door tuinman Alfons gereduceerd tot een decoratieve boomstronk en wij wilden het geheel wat opleuken door er een mini tuintje bij aan te leggen, stiekem. Daar kwam nogal wat timing aan te pas. We hadden de drie weken in Tanzania uitgebreid de kans gekregen het dagritme van Hein en Maya van dichtbij te bestuderen en daaruit was gebleken dat ons plantenplan moest worden uitgevoerd tussen het moment dat Hein thuis lunchte en het moment dat Maya thuis kwam uit haar werk.
Beide momenten waren variabel, dus er moest vooral een portie geluk aan te pas komen.
Dat geluk hadden we.
Daar boven op had ik het geluk dat Roy mij niet capabel achtte om in de grond te hakken – hij had bij het planten van een jonge baobab al ontdekt dat de Tanzaniaanse grond wat harder was dan de Amsterdam-Noordse grond die hij gewend is -, dus ik mocht toekijken hoe hij stond te zwoegen en te zweten en had de nobele taak af en toe een fles water aan te geven voor hem of een gieter water te halen voor de planten.

Hm. Dat lukte. Ik heb de laatste dag beschreven en het klinkt redelijk waarschijnlijk. Nu de andere twintig dagen nog, die zal ik anekdotisch in gehusselde volgorde voorschotelen de komende weken/maanden/jaren/decennia met een beetje houvast aan de foto’s.

P.S. Hilde had me verzocht een foto te maken van Roy op de rug van een stokstaartje, dat is helaas niet gelukt, maar ik heb veel andere dierenfoto’s gemaakt. De samenvatting (met linksboven de “kolibrievlinder”):
Collage Tanzania

Vierde bezoek Willempje (en Fred)

Door: Willempje
Proost

Ik vlieg op maandag om Tarek in Maya’s aanwezigheid al aan mij te laten wennen voor de 4 dagen vakantie die wij Hein en Maya zonder Tarek de volgende week willen geven. Fred zou samen met Hein, die drie weken in Wageningen voor studie was, op zaterdag volgen.
De heen reis is zo voorbij, ik vind het helemaal geen straf om 10 uur lang boekje te lezen, filmpje te kijken, wijntje te drinken. Ik begin in “De thuiskomst” van Anna Enquist en de uren vliegen voorbij. Mr Said komt me ophalen, ik ben heel snel door de douane, omdat Hein kopieën van visumaanvragen had meegenomen naar Nederland, die ik in het vliegtuig al heb ingevuld. Daarom sta ik als eerste bij het loket, ondanks het feit dat ik nog een blauw kartonnetje (dat je normaal in het vliegtuig uitgedeeld krijgt) moet invullen. Maar dat moeten alle passagiers, dus heb ik een voorsprong. Aan de rit door een donker Dar moet ik nog steeds wennen. Veel kuilen in de weg, bussen schieten zo voor je de weg op, rode stoplichten worden genegeerd, oogverblindende koplampen van tegenliggers, het geluid van de assen van de auto van Said als we over een verkeersdrempel rijden, ik ben blij als we Garden Street indraaien. Maya is nog op, lekker koud biertje gedronken en naar het kleinkind kijken! Hij ligt heerlijk te slapen onder de klamboe, zachte haartjes, beetje vochtig van de warmte. Morgen mag ik knuffelen!
Maya gaat ‘s morgens voor zevenen de deur uit, dus oma mag de fles geven (de poepluier neemt ze op de koop toe!). De eerste ochtend is Tarek meteen vriendelijk tegen me, er kan zelfs een lachje af, hij laat zich lekker vertroetelen door vier vrouwen. Niet alleen mamma, maar Cecilia komt om 7.30 uur en om 10.00 uur komt Leonarda, het kindermeisje! Maya heeft daartoe besloten omdat ze soms hele dagen maakt op school en Cecilia schoonmaakwerk en de verzorging van Tarek moeilijk kan combineren. Oma had en heeft enige moeite met hierin haar rol te bepalen, ik wil Tarek natuurlijk niet uit de armen van Leonarda rukken. In ieder geval ben ik ‘s morgens een tijdje met hem alleen en ik heb hem ook al een paar keer in bad gedaan, Leonarda gaat nl. om 5 uur naar huis en om een uur of 6 gaat Tarek in bad. Het is een lief, rustig mannetje, kruipt de hele kamer door, trekt zich op om bijv. door het raam naar buiten te kijken, begint al wat te brabbelen en eet heel graag. Kortom, gezonde Hollandse jongen.
Van dinsdag op woensdagnacht vallen er een paar flinke plensbuien. Hard nodig, de grond is kurkdroog, het heeft sinds juni niet geregend. Het anders zo mooie grasveld is een zandbak. De meeste struiken en bomen hebben geen bladeren meer, op een paar na. De hibiscus bloeit en ook de frangipane, met grote witte trossen. Maar sindsdien is het weer droog. Er staat wel een lekker windje, maar ik denk dat dat voor de grond niet goed is, droogt nog meer uit. De kleine regentijd wordt binnen een week of twee verwacht.
Woensdagmorgen zijn Maya en ik met Tarek naar een babyspeelochtend geweest bij de Duitse ambassadeur! Een prachtig huis op de Peninsula, met uitzicht op de oceaan, waar de ene residentie naast de andere staat. Er zijn een stuk of 6 baby’s, die vrolijk op het hoogpolige tapijt en de crème sofa’s kwijlen en koekjes verkruimelen. De ambassadeursvrouw (een hele jonge Russin!) vindt alles goed. Op de tafel staan zilveren schalen met echte Duitse platschjes (hoe schrijf je dat ook al weer, koekjes) en chice kopjes, schoteltjes, taartbordjes, enz. Ik hou mijn hart vast, maar 2 kindermeisjes en de butler (een man in spierwitte kleding met een donkerblauw schort, die af en toe komt afruimen) zorgen er min of meer voor dat alles in goede banen verloopt. Ik vind het toch wel een beetje gênant, maar de moeders, een Iranese, een Braziliaanse, een Amerikaanse, een Engelse en Maya kwebbelen er vrolijk op los. Ik voel me enigszins misplaatst, maar ook zorgeloos, ben immers de grootmoeder. Gelukkig arriveren we aan de late kant en kunnen we na een uurtje weer afnokken, nagezwaaid door de ambassadrice (overigens in spijkerbroek) vanaf het bordes, met zoontje George, die een beetje op Eldert lijkt. Maakt hem in mijn ogen meteen sympathiek.
Donderdagmorgen ga ik onverwachts op excursie. Maya belt om 8 uur vanaf school dat een 3 tal ouders van docenten van haar school op alternatieve sightseeingtour gaan in Dar. Een wandeling door een drietal arme wijken waar de lokale bevolking woont, eigenlijk vlakbij H en M’s huis, dus scheur ik om 8.45 uur met de bajaj (motorfiets-taxi) naar de verzamelplek hier vlakbij. Een Tanzaniaan met rastahaar leidt ons door deze wijken, heel interessant, omdat ik hier in mijn eentje nooit zomaar zou gaan rondlopen. We mogen een Swahilihuis van binnen bekijken. Er wonen 6 families in. Voor het huis de porche met een bankje, waar de familie het buitengebeuren in de gaten houdt en als je naar binnen stapt zijn er links en rechts van de gang 3 piepkleine kamertjes waar per kamer een familie woont. Verder doorlopend kom je op een erfje met een enkele bananenboom en wat andere struikjes, waar de was gedroogd wordt. Er is een gemeenschappelijke “badkamer”, wat wil zeggen een betonnen vloertje met een pedalo achter een golfplaten schutting. Geen stromend water, ze kopen hun water op de hoek, voor 1 shilling de liter. Op het erfje staat nog een hutje waar nog 2 families wonen. Door een van de vrouwen worden we omhelsd en warm onthaald. Een heel verhaal in het Swahili, wat onze gids zo goed en zo kwaad als mogelijk, vertaalt.
We passeren kleine winkeltjes, een groep mannen die koffie maakt onder een afdak. Ze malen de bonen in een grote houten vijzel, maken daarvan een soort keteltjeskoffie en gaan daarmee langs de straten. Ze hebben dan ook een komfoortje bij zich met gloeiende kooltjes om de koffie warm te houden. In de andere hand een emmertje met water en een stapeltje mokjes. Na gebruik worden de mokjes even omgespoeld in de emmer, weer klaar voor gebruik. De koffie smaakt goed, je moet er gewoon niet te lang bij nadenken. In een pannetje staan pinda’s met rietsuiker te pruttelen, daar maken ze een soort repen van, die verkopen ze bij de koffie. Elders komen we langs een “bioscoop”. De mensen in deze wijken kunnen geen bioscoopkaartje betalen en als alternatief is hier van golfplaten een gebouwtje neergezet met eenvoudige houten bankjes. Voorin, op een verhoging, een grote tv, waarop films worden vertoond. Buiten, op een schoolbord, staan de films en de tijden. Vandaag geen voorstelling want de elektriciteit wordt gerationeerd. Ook bij ons valt de stroom op gezette tijden uit, bij voorkeur `s avonds. De waterreservoirs zijn leeg i.v.m. de droogte en er kan dus geen elektriciteit worden opgewekt. Het is heel irritant als je Tarek net in zijn badje hebt gezet, want de badkamer is vrij donker omdat er een grote boom voor het raam staat.
Fred komt samen met Hein met de zaterdagvlucht van KLM ’s avonds aan. Ik hoor dat het ontzettend koud is in Nederland. Daar kan ik me helemaal niets bij voorstellen. Het is hier echt snikheet, zo’n 33 graden overdag, ‘s nachts koelt het gelukkig iets af. De fan naast het bed draait als er stroom is, dat is heerlijk.
Doel van ons bezoek is ook om Hein en Maya een paar dagen vrij te geven terwijl wij op Tarek passen. Dinsdag vertrekken Maya en Hein voor 4 dagen met een auto van de zaak naar de Usumbara Mountains, ten noordwesten van Dar es Salaam, tegen de Keniaanse grens, om te wandelen.
Woensdag dus de ” vuurdoop” wat betreft Tarek ‘s morgens uit z’n bedje halen, verschonen, fles geven, spelen totdat Cecilia komt om een uur of 8. Hij laat ons tot 6.45 uur slapen, dus het is een makkie. Ik ben een kwartier daarvoor al opgestaan, heb zijn flesje gekolfde melk van Maya al in de aanslag staan, alles loopt op rolletjes. Als Cecilia er eenmaal is kunnen Fred en ik in principe onze gang gaan tot 5 uur ‘s middags, want dan vertrekt Leonarda als laatste.
Fred en ik hebben de beschikking over de Landcruiser van Hein en Maya waarmee we ons voorzichtig tussen het bij tijden waanzinnige verkeer begeven in een auto met het stuur “aan de verkeerde kant” en in een stad die we niet goed kennen. We hebben wel een plattegrond van het deel van de stad waarin we ons bevinden, ‘t is best spannend.
Eerst maar eens even naar zee, bij heerlijk koel briesje in ouderwetse rookstoelen (!) onder een kokosnotenpalm een biertje gedronken en een visje gegeten. In de zon is het niet uit te houden, wil eigenlijk de zee in, maar deze is te ruw naar mijn smaak en ook vrij vies hier.
Ook richting Peninsula gereden, hier en daar stoppen, beetje rondkijken, weer een visje bij de Slipway. Op de terugweg langs bij een vrouwenproject, dat 4 jaar geleden is gestart door een Belgische, het Mabinti Center, waar vrouwen met fistula worden geholpen om, na een operatie, hun leven weer op te bouwen. Het deed me erg denken aan Penduka. Ook bij het Mabinti Center werken de vrouwen met textiel, maar i.p.v. borduren bedrukken ze de stoffen. Ze maken ook voorwerpen met kraaltjes en sinds kort tassen van recyclede billboards. Dat zijn gigantische stukken plastic van hele stevige kwaliteit, waarvan ze hele kleurige tassen, in allerlei maten, maken. We wilden allerlei dingetjes kopen, maar gaan met de helft naar huis omdat ons geld op is. “Moeten” dus nog een keer. We gingen vanmorgen met 100.000 Tanzaniaanse shillingen van huis, klinkt veel, maar is slechts 50 euro. ‘t Geld vliegt je zak uit, we moeten nog wennen aan die grote getallen.
Helaas is Hein 2 van de 4 dagen van hun uitstapje ziek, w.s. eet hij iets verkeerd op de weg ernaartoe. Hij heeft een hele dag in bed geleden. Gelukkig zijn er nog andere, Canadese gasten, zodat Maya met hen een dag heeft kunnen wandelen, met een gids. Vrijdagmiddag komen ze terug, Hein voelt zich weer OK, gelukkig want zaterdagmorgen vertrekken we weer met ons vijven naar Amani (betekent peace) Beach Hotel, zo’n 40 km onder Dar es Salaam, aan de kust.
Als we ‘s morgens wakker worden plenst het van de regen, geweldig, en dat gaat nog wel even door totdat we vertrekken. Op het moment dat we hier de poort uitrijden is het droog! Terwijl we tassen, buggy, enz. rennend met grote paraplu naar de auto brengen omdat je hier echt nat wordt als het regent! Langs de weg in de stad zie je bij tijden een woest kolkende beek, de planten van de vele “tuincentra” langs de weg stromen weg. Zonde dat het meeste water regelrecht de zee instroomt, merkt Hein op. We rijden dwars door de stad, want de woonwijk van Hein en Maya bevindt zich in het noorden en wij moeten naar het zuiden. Met een ferry steek je de monding van een rivier af, anders moet je een heel eind omrijden. Die pont is ook een hele belevenis. Was er met Janneke al overheen geweest, in april, het is nu iets minder druk omdat het zaterdag is (denk ik). Eerst mogen de auto’s erop, daarna worden de gaatjes opgevuld door de in kleurige lappen geklede vrouwen, mannen met koopwaar op kleine karretjes, of hangend aan de fiets. Bijv. manden vol kokosnoten, die links en rechts van de bagagedrager hangen, kratten tomaten, bananen, papaja’s en meloenen. Fred maakt foto’s van de verveloze kano’s die langs de kant liggen, klaar om uit te varen, de zee op, op zoek naar vis. De pont af, en zuidwaarts, langs de kust. Eerst een stuk asfaltweg, dan dirtroad. Langs de weg steeds minder lemen hutjes, een enkel winkeltje, totdat we tenslotte niets meer tegenkomen. Behalve een enkel bord dat een van de spaarzame resorts aangeeft. Bij bord Amani Beach gaan we de bush in. Na ong. 20 minuten slingeren over een zandpad komen we aan bij een poort. Als onze naam op de lijst blijkt te staan mogen we door en komen terecht in een klein paradijsje. Bij het hoofdgebouw, witte steen, in Zanzibar stijl (dus Arabische bogen, donker hout, grote, Arabische lampen) worden we verwelkomd met een fruitdrankje. Onze gastvrouw is een Tsjechische (!), die samen met haar Italiaanse vriend de tent runt. Alles is spotless, de inrichting, de tuin, de bloemdecoraties op de tafeltjes, heel mooi. Onze “cottages” zijn zeer ruim, groot, hoog Zanzibarbed met veel houtsnijwerk, enorme klamboe zodat je om je bed (als we aankomen zijn onze bedden bestrooid met bloemen!) kunt heenlopen en de leeslampjes ook binnen de klamboe staan, wat echt heel handig is Overal staan bloemen, zelfs op de rand van het bad en de wastafels van de grote badkamer. Maar het mooist is de veranda vanwaar wij, over het zwembad heen, zo in de oceaan kijken, op zo’n 80 m afstand (als het vloed is). En er zijn maar 10 cottages, dus hooguit 20, 30 gasten at a time (sommige, zoals we merkten in het weekend, komen vanuit Dar met hun kinderen en laten er kinderbedjes bij zetten, qua ruimte kunnen er wel 15 man in zo’n cottage liggen). Op de veranda ook een hangmat, Fred helemaal blij! Vanaf onze veranda kijken we in de, op dit moment kale, kruin van een baobab. Dit zijn enorme dikke bomen, de stam is zo dik, dat je denk ik met 10 mensen de stam kunt omvatten. Er hangt een enkele, peerachtige vrucht in. Verder witbloeiende frangipane, rood, roze en witte bougainville, oleanders, allerlei soorten vetplanten met dikke, leerachtige bladeren. Het moet een enorme klus zijn om deze enorme tuin vochtig te houden.
Nou ja, zo’n weekend kan natuurlijk niet meer stuk. Met Tarek in het zwembad, met Tarek op het strand met het emmertje en het schepje, met Tarek in zee, hij vindt alles leuk! Golven in de branding deren hem niet! Zondagmorgen om 7 uur maken we een wandeling naar de cliffs, waar een nest van een visarend zit, volgens de manager. We zien ze regelmatig overvliegen, 2 volwassenen en 1 jong, maar het nest hebben we niet gevonden. Wel kleine, grijze aapjes, dezelfde als bij H en M in de tuin, sommige met jongen die onderaan de buik van mamma hangen, net als Tarek soms in de draagdoek bij Maya. ‘s Avonds gaan we eten, buiten op het terras van het restaurant (zoals Fred en ik alle avonden) bij kaarslicht, terwijl er een babysitter op Tarek past. Vanuit de bomen lacht een Bushbaby ons uit (klein soort aapje, maakt echt het geluid als een schaterlach). Tarek slaapt in een tentje in de cottage. Maya en Hein willen hem vast wennen, want ze gaan in de kerstvakantie naar Ethiopië en het is de bedoeling dat Tarek dan elke nacht in het tentje slaapt! Het eten is ook heerlijk. Warme lunch en avondeten, alles inbegrepen. We eten 2x per dag vis. Blufish, calamaris, garnalen, tonijn, kingfish, op allerlei manieren bereid.
Zondag na de lunch vertrekken Hein en Maya en Tarek naar huis, wij blijven tot woensdagmiddag. Ik sta elke ochtend om 7 uur op, zwem 24 banen in het zwembad, loop naar de zee, ga douchen, theezetten en Fred wakker maken. We hebben stroom tot 8 uur (vanaf 5.30 uur ‘s avonds), dus voor 8 uur “I have to put the kettle on”! Alles doen ze hier met generators, elektriciteit is er niet. Zonnepanelen op de palmbladeren daken van de cottages (redelijk koel binnen) zorgen voor warm water. Dan ontbijten in het restaurantje op het strand. Fruit, pannenkoekjes, eitjes. Dan nestelen we ons op de ligstoelen onder de bladeren parasols, tussen zwembad en zee en lezen en dommelen wat. Ik heb al 7 boeken uit! Om 1 uur gaan we dan weer lunchen, dan zwemmen, wandelingetje naar de cliffs die rond de baai lopen (niet te ver, Fred is ontzettend verbrand en ik ben verbrand), lezen, wijntje, om 8 uur diner in restaurant “boven”. Langs het pad van onze “hut” naar het restaurant heeft het personeel intussen grote stormlantaarns voor ons neergezet zodat wij de weg in het donker kunnen vinden! Wij zijn maandag, dinsdag en woensdag nl. de enige gasten. Op woensdagmiddag worden we na de lunch door Mr. Said afgehaald. Het is precies genoeg geweest. Langer hoeft van ons niet. Heerlijk zo’n 4 dagen lezen (Fred leest zijn 4e boek uit, een nieuw record voor 1 vakantie), schrijven (ik natuurlijk), zwemmen, onthaasten, maar langer zou ons vervelen.
Als we terugkomen is Neil, een Engelse vriend van H en M hier zojuist op bezoek. Hij is een vijftiger en woont al 30 jaar in Tanzania, in Iringa. Daar is het bergachtig en er heerst dus een aangenamer klimaat, zegt hij. Hij heeft een 3 jaren plan uitgewerkt voor de regering (hij is ornitholoog, of in ieder geval vogelaar) om de kraaienpopulatie in en rond Dar volledig uit te roeien. De regering heeft daarvoor ook een flinke som geld ter beschikking gesteld. Het is een grote plaag, die kraaien. Ingevoerd in 1890 in Zanzibar, door de Engelsen, om het afval op te ruimen, zijn ze uitgegroeid tot een ware pest. Ze vernietigen de nesten van andere, zeldzame vogels, eten hun eieren en jongen op. Er zullen 1000 kraaienvallen in en rond Dar worden geplaatst. Hein heeft er ook een in de tuin, vorige week zaten er 15 in! Maar helaas, de Duitse buren op de compound hebben geklaagd, willen de val kwijt, de kraaien maken teveel lawaai. De zgn. NIMBY-politiek (Not In My BackYard).
Vandaag donderdag, nog drie dagen en onze tijd zit erop. Het is best snel gegaan, ik was hier bijna drie weken, maar Tarek slokt je helemaal op. Een ding wat ik niet zal missen is de warmte. Ik verheug me op de Hollandse herfst, al is het met regen, wind en kou. Het klimaat hier verlamt je, zelfs Fred zit de hele dag als een zoutzak op een stoel (hier op de veranda) of stretcher (aan het strand waar we net van zijn teruggekeerd), tamelijk ongewoon. Voor mij is het geen wonder dat Afrika zo achterloopt in ontwikkeling, het is gewoon niet te doen om hier zware lichamelijke arbeid te verrichten zonder airco, 3 koude douches per dag, of minstens een fan die je lichaam van links tot rechts en terug verkoelt. En, i.t.t. Venezuela, koelt het hier ‘s avonds ook niet af. Daar woonden we op 500 m boven de zeespiegel en was het ‘s avonds nog te harden, maar hier gaat de wind, die een uurtje blaast als de zon ondergaat, weer liggen en valt de hitte weer bovenop je.
Zaterdagochtend om 00:45 gaan we weer de lucht in en zijn dan zaterdagmorgen rond 08:20 op Schiphol. Deo volente!
P.S. Terug in Nederland. We hebben ons een dag vergist wat de terugreis betreft. 31 oktober terug, ja dat klopt! Maar dan wel om 0.45 uur!! I.v.m. schakeling van zomer- naar wintertijd tijdens ons verblijf in Tanzania is het vliegtuig ook een uur opgeschoven! Donderdagavond komen we erachter, omdat een vriend uit Nederland, die op ons huis past, in een mailtje vraagt wanneer we precies in Nederland aankomen. Fred checkt de tickets ………. Help! De vrije zaterdag samen met Hein en Maya wordt ons door de neus geboord.

Derde bezoek Willempje (en Janneke)

Door: Willempje Bouwmeester

Kipipeo
Op de dag van vertrek, 7 april, een kort verslag van mijn verblijf in Dar es Salaam. De derde keer in een jaar tijd, wel erg lux, maar deze keer was de reden toch ook weer heel plausibel, nl. “een band opbouwen met mijn eerste kleinkind”.Daarom deze keer geen sightseeing tours, geen souvenirjacht – hoewel – en geen kroegentochten. Nee, in plaats daarvan Tarekje in bad doen, Tarek in de draagzak over de compound, Tarek in slaap wiegen met arsenaal kinderliedjes en gewoon naar Tarek kijken. Die liedjes moeten hoognodig worden opgepoetst, veel woorden zijn me ontschoten. Niet dat dat Tarek iets uitmaakt, lalala en erre erre erre volstaat.
Ik heb erg van hem genoten. Gisteren was hij alweer vier maanden oud. Hij kijkt je aan, lacht, grijpt naar speeltjes, vindt het heerlijk in bad, en vindt het soms minder leuk in zijn bedje. Maar armen genoeg om hem te wiegen. Hein’s, Cecilia’s, Bibi’s (Bibi is Swahili voor oma) en Maya’s natuurlijk. Dat is absoluut de favoriet, maar zo hoort het ook. Maya voedt hem nog helemaal zelf, behalve als ze naar fitness gaat (3 a 4 keer per week, ‘s morgens tussen 6 en 7 uur), dan geeft Hein hem een flesje.
De eerste vier dagen was ik hier met Janneke. We gingen naar de Kariakoo markt aan de andere kant van de stad. Een grote, overdekte markt waar de lokale bevolking groente, fruit, vis, vlees, maar ook huishoudelijke artikelen, zaaigoed, landbouwwerktuigen, enz. enz. inkoopt. Altijd weer boeiend, zo’n exotische markt.
We hebben Hein’s nieuwe kantoor, letterlijk naast de deur, bezichtigd. Een hele verbetering, maar ook onpersoonlijk. Iedereen sluit zich op in zijn airco-kamer, je ziet geen kip op de gang. Hein beaamt dit ook, er is nauwelijks collegiaal contact. Jammer.
We zijn een dag naar het strand geweest iets ten zuiden van Dar, Kipepeo Beach. Om er te komen moesten we over met een ferry. Anders moet je anderhalf uur omrijden, om de baai. Op de ferry passen wel 40 auto’s en heel, heel veel mensen. Eerst mogen de auto’s en de handkarren, meestal hoog opgetast met kratten frisdrank, kistjes tomaten, fruit, plastic balen met ?, meubilair, matrassen, kortom meest uiteenlopende waar, de pont op en dan worden letterlijk alle gaatjes opgevuld door voetgangers, de vrouwen in de meest kleurige kleding. De overtocht bedraagt maar een paar minuten, onbegrijpelijk dat ze er geen brug bouwen. Het strand was mooi schoon, ook het water heel redelijk, maar lauw. Afkoelen in zee is er niet bij. We installeerden ons bij een soort lodge, waar palmbladeren dakjes de mensen beschermen tegen de zon, want die is er niet te harden.Tarek werd in zijn hangmatje gelegd, onder het dakje en lag als een kleine prins te schommelen in een briesje uit zee. Heerlijke dag, gezwommen, geluncht, koele drankjes, boekjes gelezen, het leven in de tropen is zo slecht nog niet. Op de terugweg hadden we pech. Er was een containerschip gestrand vlakbij de afvaartplek van onze ferry, dus moesten we zeker een uur wachten voor we naar de overkant konden. Daar kwamen we ook nog eens in de spits terecht, Tarek had het helemaal gehad. Hein wandelde een eindje naast de file met Tarek op de arm, toen werd hij weer rustig. We zagen honderden vleermuizen van flinke afmetingen door de lucht scheren, nog nooit zoveel bij elkaar, en zo groot gezien. Volgens mij hadden ze het aan de stok met vlucht kraaien, die in dezelfde boom wilden overnachten.

Gestrande schip
Het gestrande schip

Op Janneke’s laatste dag ging Maya ‘s middags naar een babygroep, moeders met jonge kindjes, en dus kon Janneke’s wens, middagje chillen bij de infinite pool van het Golden Tulip Hotel, ook nog in vervulling gaan. Vanuit het zwembad kijk je zo de oceaan in, het is wel een hele mooie plek. Boekjes en tijdschriften mee, bacardi cola in de hand, Jans geniet. Na Janneke’s vertrek paar dagen rustig aan. Hein moest ook naar Nairobi, dus gewoon beetje aantutten, Maya en ik, in en rondom het huis. We gaan langs bij de Hollandse dokter, want Tarek’s oorontsteking is nog niet helemaal over. De Dutch clinic is klein, schoon, fris in de verf en er liggen Hollandse tijdschriften in de wachtruimte. Maya gaat vrijdagmorgen weer naar de fitness, en daarna met vriendin op kledingjacht, maar ze is eigenlijk al weer snel terug, met alleen maar 1 korte broek voor Hein. Die zit perfect. Ik herinner me uit de tijd dat ik babies had dat ik er heel erg naar kon verlangen paar uurtjes voor mezelf te hebben, maar dat ik ook weer heel snel naar huis wilde als de gelegenheid zich voordeed.
In ‘t weekend komen Duitse en Deense vrienden cocktails drinken, die Hein maakt met nieuwe shaker. Maya maakt een heerlijke lasage en vrienden nemen salade mee. En een bevriend Amerikaanse koppel op leeftijd die in Kigoma een half jaar medische trainingen geven. In Kigoma is helemaal niks te krijgen, deze mensen verdienen echt een lintje. Want ze zijn al met pensioen en hoeven dit werk niet meer te doen.
Zondag lunchen we weer met 2 Deense vrouwen met hun kleine kindjes Hanna en Tiewe. Leuk dat er veel jonge mensen met babies zijn, in Dar. Met Pasen gaan Hein en Maya met ene Deense stel en kindje Hanna naar de Morogoro, 200 km ten zuiden van Dar es Salaam. Vanavond, na 10 dagen, weer terug naar Nederland. Naar een Hollandse lente. Hoeft van mij niet zo heet te zijn.