
Februari 2010 - Gastcolumn van Bouk - Bouwmeesters op bezoek
Het is nu 13 maart en ik/we zitten inmiddels alweer een week in bruisend nederland. Wat heeft dit land toch een hoop kleur, gezellige mensen die vragen hoe het met je is en het lijkt wel of iedereen het hier niet zo nauw neemt. Toen ik voor het eerst Nederland te zien kreeg vanuit het raampje van het vliegtuig leek het wel een groot betonblok met stoplichten, heerlijk!
Dar es Salaam. Het blijft toch een prachtig zooitje. Nederlands motoragent zou hier lekker los kunnen gaan: “waar zijn we mee bezig? Mag niet he, op de stoep fietsen”.
Geleerd dat Dar zogeheten deathlanes heeft. Dat is de middelste rijbaan die beide verkeersrichtingen mogen gebruiken. Een soort inhaalstrook, alleen dan zonder indicatie welke richting op dat moment bevoegd is om in te halen. Gewoon gaan en hopen dat je niemand tegenkomt. Beetje oppassen omdat de wegen meestal zo vol zitten dat je niet zomaar weer je ‘officiele’ rijstrook in kan snijden. Heel fijn dus als er een tientonner voor je rijdt die als een soort Olifant zich een weg door de impalas beukt.....daar moet je achter zitten. Goede buffer.
Uitleggen aam een bajaj-cauffeur (motor taxi) dat we in Nederland zoiets hebben als een vluchtstrook waar je alleen in nood even op mag stilstaan, zou onmogelijk zijn. In principe telt bijv de A4 naar Den Haag altijd twee extra rijstroken, alleen zien wij die niet. 1, de vluchtstrook en 2 het stuk gras wat vaak links van de weg zit, misschien zou dit zelfs voor 2 banen kunnen tellen. Enfin, een stoplicht vermijden door gewoon het tankstation op te rijden, langs de pompen heen on zo weer hup het straatje rechts in te steken, werkt erg goed om mijn linkerhersenhelft wat bij te trainen. Rijden in Dar is leuk, zeker met een 4x4…toyota...waarbij de schrokdempers wat vreemd doen zodat je het gevoel krijgt op een enorm waterbed met 4 wielen te rijden (auto Hein en Maya).
Achterin een bajaj zitten om zo na 16:00 de binnenstad soort van fileloos uit te komen is net alsof je een kaartje voor walibi flevo hebt gekocht, alleen duurt een ritje ongeveer een halfuur a uur. Ik kijk om me heen en bedenk me dat de vrouwen hier, met vaak enorme billen, best een voordeel hebben. Tess zit rustig naast me:)
Niet alleen het verkeer, maar ook de geuren, de kraampjes, de bouwmaterialen, de muziek, het gekakel, de toeters, de potholes, de bizarre vrachten, de shappas maakt Dar een grote beleving. Shappas : 9P busjes die mensen langs de weg oppikken en afzetten. Ook erg goed tafereel. Deze busjes rijden niet op een tijdklok ofzo, de enige noodzaak is om voor de shappa te komen die naar dezelfde plek gaat als jij, want dan kan je de mensen van je concurrent afpakken. Zo onstaat er een constante battle tussen de busjes op de weg met inhaalbewegingen waar zelfs schumacher een duim aan kan zuigen. Als passagier mag je er ook niet ‘lang’ over doen om in te stappen, omdat dan het gevaar bestaat dat het andere busje met dezelfde lijndienst jou inhaalt. Het mannetje dat het geld achterin de bus bij iedereen ophaalt duwt je dan ook snel tussen de rest van het vee, om vervolgens met twee tikjes op het verroeste staal aan te geven dat er weer gereden kan worden. Opzich kunnen ze best goed rijden, ze lappen alle regels aan hun laars maar hebben zich zo geevalueerd dat ze daar prima mee om kunnen gaan. Varkens hebben het nog niet zo slecht in Nederland. Maar het kan ook wel gezellig zijn daarbinnen. Tussen de ellebogen, knieen, kippen en het steenkool door is het soms wel moeilijk om te zien of je al op je bestemming bent, maar daar hadden Tess en ik dit jaar eigenlijk nog weinig mee te maken.
Dit keer waren we nl. met de hele familie uit Nederland vertrokken en familie stond dit keer centraal. Dus niet zoals met Tess vorig jaar in 6 weken vanuit Kaapstad naar Dar es Salaam zien te komen met vanalles dat maar beweegt, maar meer op z’n verandaas; terassje, sigaretje, restaurantje, biertje, lagoontje, golden tullip infinite pooltje, sushitje, sigaretje, biertje, verandatje, bootje, snorkeltje, gin en tonicje, balconetje, mango shaded lane-etje, captain morgantje, restaurantje, sigaretje, biertje nog een biertje etc. Ndovu bier was de favoriet. Hein drinkt graag een Ndovu. Ik ook, maar ik nam het meestal niet zo nou. Vaak nam ik ook genoegen met een Safari of een Serengeti of een Tusker. Geen biershirt gekocht. Wel andere mooie dingen zoals een mini-baobabje gemaakt van ijzerdraad. Fred zag dit met argwaan aan en besloot de dag daarop op ook een bao-babje van ijzerdraad te kopen maar dan vier keer zo groot, uiteraard.
Nog voor we vertrokken waren uit Nederland stond de hele reis al zo’n beetje vast. Aan de hand van een excel spreadsheat konden tess en ik vanuit amsterdam al precies zien wat er van ons verwacht werd. Fred maakt van vakantie zelfs zn werk :).
Achteraf bleek wel dat Hein en Maya niet helemaal duidelijk hadden doorgekregen wat we zouden doen in hun lange weekend, waardoor we 1 dag van te voren te horen kregen dat de lodge, op het eiland pemba waar we heen wouden, geen kinderen onder de 7 accepteerde. Het gekrijs van huilende babys is nl. heel vervelend als je vakantie viert. Dat wil je niet. En zo gingen we dus maar weer naar lousy zanzibar, gaap. Naar een ‘Lodge’ want zo heten die dingen hier. Hakunamatata; gerund door duits echtpaar. Met verder uitsluitend duiste gasten en de serveerster, ook uit duitsland, vroeg op een gegeven moment of ze duits met ons kon praten. Duitsland heeft toch geen strand? Buiten de waanzinnig kitscherige ingerichte kamers (deed me beetje denken aan bruin café maar met houtwerk sdat ook nog eens glimt….serieus dikke kleden op de tafels matchend met het dekbed en de kussentje op de stoelen) en het zwembad dat meer iets weg had van een slachthuis hadden we het erg fijn.De Lodge lag aan een baai met erg mooie zonsondergangen. En s’avonds konden we op een hutje dat met palen boven het water zweefde heerlijk stiekem ons zelf meegebrachte rum opdrinken: captain morgan. Op den duur werd het bestellen van alleen water wel steeds inspannender, de serveerster heeft wel moeten denken:
“hoe kan dat nou?” Nou gewoon rum, een hele fles, onder de tafel, in de schaduw van het tafelblad, zodat je het niet ziet. Iemand nog?
Voor de lezers die het tot dusver hebben gered kan ik vertellen dat het huren van een scooter op zanzibar erg valt aan te raden. Samen met Tess heb ik in een halve dag een mooi rondje over Zanzibar gereden. Op de terugweg met de boot vanuit Zanzibar naar Dar, maakte ik me nog een beetje zorgen omdat de ferry van koers leek af te wijken. Hein had zijn GPS meegenomen en daarop konden we zien dat de boot totaal anders voer dan de heenweg. Er gingen ook steeds techneuten de machinekamer in….Uiteindelijk deden we 45 min langer over de terugweg en kwamen we veilig aan. Rambo III, die in de cabine werd vertoond, is door GPS totaal aan me voorbij gegaan omdat ik de hele tijd zenuwachtig op dat ding zat te kijken. Iemand nog Rambo III in de aanbieding?
Zanzibar hebben we 2 dagen aangedaan. Toen weer terug om nog een hele dag in Dar te hebben voordat we naar Mozambique zouden vliegen om daar neef Wouter, vriendin Ellen en nichtje Dorien op te zoeken. We zaten immers in de buurt.
Chronologische vertelling ontbreekt een beetje in dit onsamenhangende verhaal, vandaar dat ik zomaar terug kan naar de eerste drie dagen van ons verblijf in Tanzania, toen nog samen met mijn lievelingszus Janneke. Hein en Maya waren nog o zo druk met werk dat we besloten om met z’n vieren naar het noorden te gaan, naar het plaatsje Bagamoyo.
A pitoresc little colonial village were the sound of playing children echo through the shady narrow streets…. Gedeeltelijk waar, behalve dan voor de narrow streets. Bagamoyo was vroeger de uitvoerhaven voor slaven naar Zanzibar en vervolgens de rest van de wereld. Als je als slaaf eenmaal bij Bagamoyo was aangekomen wist je dat het over was. Vanuit die reden zijn we daar dan ook naar het slavenmuseum geweest en hebben we zelfs een kerk bezocht. Pap, Mam ik vonden het ondanks dat erg leuk om weer eens met jullie op vakantie te zijn.
Eigenlijk vind Ik Tanzania/Afrika al een groot openlucht museum waar zich allerlei dingen afspelen die je niet zo snel thuis zou zien. Wat mij ook heeft gefascineerd is de inventiviteit van de Afrikanen. Ze hebben het niet zo ruim, waardoor ze creatief met voorwerpen om moeten gaan. Zo kan je prima een oude gasfles doormidden zagen om daar een barbecue/vuurtje in/van te maken of je fiets gebruiken als draaimechanisme voor het slijpen van messen (fiets van de grond, aantrappen, touwtje van wiel naar slijptol), of een gaatje in de dop van een lege fles maken en daar een saus/zeep in te stoppen, zodat je een knijpfles hebt (hervulbaar). Er worden enorm veel spullen aan de zijkant van de straat verkocht, waaronder, ja hoor, bouwmaterialen zodat je/ik constant werd getriggerd wat je allemaal zou kunnen bouwen etc. Alles op straat straalt zoveel energie en bedrijvigheid uit; enorm levendig. En allemaal erg tastbaar en direct. Alles is ook nog eens zo gedragen en gebruikt omdat het weer wordt hergebruikt, snappie?
Eenmaal de kerk uit, gingen we naar Lazy Lagoon. Een Loooooodggge op een schiereiland net voor de kust van Bagamoyo. Waanzinnig mooie plek en achteraf jammer dat we daar maar een nachtje hebben kunnen zitten, maar we hadden een schema. De dag daarop stond in het teken van Tarekje knuffelen. Hij weet al precies wanneer hij “joden!” moet zeggen op het nummer van “daar hoorden zij engelen zingen…….”. Zo’n knap ventje. Dingen kapot scheuren en spullen van tafels gooien vind hij ook al leuk! Ik kan niet wachten om hem voor het eerst naar het F-vak mee te nemen. Wat zal die een mooie hooligan worden. Als hij nou een enorme popster wordt later zou hij de luxe van twee nannys kunnen voortzetten. Ik heb dit proberen aan hem uit te leggen, maar zover is hij nog niet. Het is of joden of byebye.
Ik geloof dat ik nu maar eens op ga houden. Misschien maak ik nog een leuke geluidscollage van atmosferen die ik tijdens deze reis heb opgenomen.

GASTCOLUMN / WEBLOG van Anna
In mijn portemonnee prijken groene en rode briefjes met buffels en olifanten erop, ik slik ‘s ochtends een malariapil, mijn rug is een ranzig schilferend slagveld en als ik mijn mouw opstroop om op mijn horloge te kijken schreeuwen vriendinnen “OH MY GOD, OH MY GOD! Wat ben jij bruin!”.
En zonder dat alles, en zonder al die bizarre foto’s op mijn computer (apen? giraffes? wtf?), zou ik nooit geloven dat ik ooit in Tanzania ben geweest. Als ik uit mijn raam kijk zie ik de vertrouwde multiculti vishandel El Pescado, ristorante Lago Maggiore en natuurlijk Slijterij Wijnhandel Hamers, mensen in donkere winterjassen lopen met boodschappentasjes en winterse gezichten heen en weer en alles ziet er uit alsof we nooit zijn weggeweest. In de tussentijd heeft Nederland overigens wel het kabinet laten vallen, de sneeuw opgeruimd en de zon verstopt.
Jammer is dat, vooral dat laatste.
Ik had me voorgenomen over Tanzania te gaan schrijven op het moment dat onze tijd in Tanzania qua waarschijnlijkheid van “bizarre mooie droom” zou veranderen in “vakantie herinnering”, maar dat gebeurt maar niet, dus misschien is vandaag een goed moment.
Het spelletje “één week geleden” werkt vandaag namelijk voor het laatst.
Een week geleden beleefden we onze laatste dag in Tanzania bij Hein en Maya en voerden we een stiekem plan uit.
De grote boom voor het huis van Hein en Maya, de boom waarin we de eerste dag in Tanzania met optimistische tropische-dieren-in-overvloed-overmoed dachten een “kolibrievlinder” te zien, wat een vliegend kevertje bleek te zijn, was twee weken eerder omgevallen met veel nachtelijk lawaai. Lawaai waarvan ik was wakker was geschrokken en even dacht dat er een soort grote terror-aap op het dak stampte. Roy sliep dankzij tropische oorpijnklachten zoet verder. De volgende dag bleek de boom omgevallen en de stroom uitgevallen, omdat de boom precies op een stroomdraad was terechtgekomen.
Inmiddels, een week geleden, was de elektriciteit weer hersteld (onder de telefoondraad kon je nog wel limbodansen, maar dat zal misschien ook al zijn opgelost?). De omgevallen boom was door tuinman Alfons gereduceerd tot een decoratieve boomstronk en wij wilden het geheel wat opleuken door er een mini tuintje bij aan te leggen, stiekem. Daar kwam nogal wat timing aan te pas. We hadden de drie weken in Tanzania uitgebreid de kans gekregen het dagritme van Hein en Maya van dichtbij te bestuderen en daaruit was gebleken dat ons plantenplan moest worden uitgevoerd tussen het moment dat Hein thuis lunchte en het moment dat Maya thuis kwam uit haar werk.
Beide momenten waren variabel, dus er moest vooral een portie geluk aan te pas komen.
Dat geluk hadden we.
Daar boven op had ik het geluk dat Roy mij niet capabel achtte om in de grond te hakken – hij had bij het planten van een jonge baobab al ontdekt dat de Tanzaniaanse grond wat harder was dan de Amsterdam-Noordse grond die hij gewend is -, dus ik mocht toekijken hoe hij stond te zwoegen en te zweten en had de nobele taak af en toe een fles water aan te geven voor hem of een gieter water te halen voor de planten.
Hm. Dat lukte. Ik heb de laatste dag beschreven en het klinkt redelijk waarschijnlijk. Nu de andere twintig dagen nog, die zal ik anekdotisch in gehusselde volgorde voorschotelen de komende weken/maanden/jaren/decennia met een beetje houvast aan de foto’s.
P.S.
Hilde had me verzocht een foto te maken van Roy op de rug van een stokstaartje, dat is helaas niet gelukt, maar ik heb veel andere dierenfoto’s gemaakt.
De samenvatting (met linksboven de “kolibrievlinder”):

dierencollage

Vierde bezoek Willempje (en Fred) aan Dar (12 – 31 oktober 2009)
Ik vlieg op maandag om Tarek in Maya’s aanwezigheid al aan mij te laten wennen voor de 4 dagen vakantie die wij Hein en Maya zonder Tarek de volgende week willen geven. Fred zou samen met Hein, die drie weken in Wageningen voor studie was, op zaterdag volgen.
De heen reis is zo voorbij, ik vind het helemaal geen straf om 10 uur lang boekje te lezen, filmpje te kijken, wijntje te drinken. Ik begin in "De thuiskomst" van Anna Enquist en de uren vliegen voorbij. Mr Said komt me ophalen, ik ben heel snel door de douane, omdat Hein kopieën van visumaanvragen had meegenomen naar Nederland, die ik in het vliegtuig al heb ingevuld. Daarom sta ik als eerste bij het loket, ondanks het feit dat ik nog een blauw kartonnetje (dat je normaal in het vliegtuig uitgedeeld krijgt) moet invullen. Maar dat moeten alle passagiers, dus heb ik een voorsprong. Aan de rit door een donker Dar moet ik nog steeds wennen. Veel kuilen in de weg, bussen schieten zo voor je de weg op, rode stoplichten worden genegeerd, oogverblindende koplampen van tegenliggers, het geluid van de assen van de auto van Said als we over een verkeersdrempel rijden, ik ben blij als we Garden Street indraaien. Maya is nog op, lekker koud biertje gedronken en naar het kleinkind kijken! Hij ligt heerlijk te slapen onder de klamboe, zachte haartjes, beetje vochtig van de warmte. Morgen mag ik knuffelen!
Maya gaat 's morgens voor zevenen de deur uit, dus oma mag de fles geven (de poepluier neemt ze op de koop toe!). De eerste ochtend is Tarek meteen vriendelijk tegen me, er kan zelfs een lachje af, hij laat zich lekker vertroetelen door vier vrouwen. Niet alleen mamma, maar Cecilia komt om 7.30 uur en om 10.00 uur komt Leonarda, het kindermeisje! Maya heeft daartoe besloten omdat ze soms hele dagen maakt op school en Cecilia schoonmaakwerk en de verzorging van Tarek moeilijk kan combineren. Oma had en heeft enige moeite met hierin haar rol te bepalen, ik wil Tarek natuurlijk niet uit de armen van Leonarda rukken. In ieder geval ben ik 's morgens een tijdje met hem alleen en ik heb hem ook al een paar keer in bad gedaan, Leonarda gaat nl. om 5 uur naar huis en om een uur of 6 gaat Tarek in bad. Het is een lief, rustig mannetje, kruipt de hele kamer door, trekt zich op om bijv. door het raam naar buiten te kijken, begint al wat te brabbelen en eet heel graag. Kortom, gezonde Hollandse jongen.
Van dinsdag op woensdagnacht vallen er een paar flinke plensbuien. Hard nodig, de grond is kurkdroog, het heeft sinds juni niet geregend. Het anders zo mooie grasveld is een zandbak. De meeste struiken en bomen hebben geen bladeren meer, op een paar na. De hibiscus bloeit en ook de frangipane, met grote witte trossen. Maar sindsdien is het weer droog. Er staat wel een lekker windje, maar ik denk dat dat voor de grond niet goed is, droogt nog meer uit. De kleine regentijd wordt binnen een week of twee verwacht.
Woensdagmorgen zijn Maya en ik met Tarek naar een babyspeelochtend geweest bij de Duitse ambassadeur! Een prachtig huis op de Peninsula, met uitzicht op de oceaan, waar de ene residentie naast de andere staat. Er zijn een stuk of 6 baby’s, die vrolijk op het hoogpolige tapijt en de crème sofa’s kwijlen en koekjes verkruimelen. De ambassadeursvrouw (een hele jonge Russin!) vindt alles goed. Op de tafel staan zilveren schalen met echte Duitse platschjes (hoe schrijf je dat ook al weer, koekjes) en chice kopjes, schoteltjes, taartbordjes, enz. Ik hou mijn hart vast, maar 2 kindermeisjes en de butler (een man in spierwitte kleding met een donkerblauw schort, die af en toe komt afruimen) zorgen er min of meer voor dat alles in goede banen verloopt. Ik vind het toch wel een beetje gênant, maar de moeders, een Iranese, een Braziliaanse, een Amerikaanse, een Engelse en Maya kwebbelen er vrolijk op los. Ik voel me enigszins misplaatst, maar ook zorgeloos, ben immers de grootmoeder. Gelukkig arriveren we aan de late kant en kunnen we na een uurtje weer afnokken, nagezwaaid door de ambassadrice (overigens in spijkerbroek) vanaf het bordes, met zoontje George, die een beetje op Eldert lijkt. Maakt hem in mijn ogen meteen sympathiek.
Donderdagmorgen ga ik onverwachts op excursie. Maya belt om 8 uur vanaf school dat een 3 tal ouders van docenten van haar school op alternatieve sightseeingtour gaan in Dar. Een wandeling door een drietal arme wijken waar de lokale bevolking woont, eigenlijk vlakbij H en M’s huis, dus scheur ik om 8.45 uur met de bajaj (motorfiets-taxi) naar de verzamelplek hier vlakbij. Een Tanzaniaan met rastahaar leidt ons door deze wijken, heel interessant, omdat ik hier in mijn eentje nooit zomaar zou gaan rondlopen. We mogen een Swahilihuis van binnen bekijken. Er wonen 6 families in. Voor het huis de porche met een bankje, waar de familie het buitengebeuren in de gaten houdt en als je naar binnen stapt zijn er links en rechts van de gang 3 piepkleine kamertjes waar per kamer een familie woont. Verder doorlopend kom je op een erfje met een enkele bananenboom en wat andere struikjes, waar de was gedroogd wordt. Er is een gemeenschappelijke "badkamer", wat wil zeggen een betonnen vloertje met een pedalo achter een golfplaten schutting. Geen stromend water, ze kopen hun water op de hoek, voor 1 shilling de liter. Op het erfje staat nog een hutje waar nog 2 families wonen. Door een van de vrouwen worden we omhelsd en warm onthaald. Een heel verhaal in het Swahili, wat onze gids zo goed en zo kwaad als mogelijk, vertaalt.
We passeren kleine winkeltjes, een groep mannen die koffie maakt onder een afdak. Ze malen de bonen in een grote houten vijzel, maken daarvan een soort keteltjeskoffie en gaan daarmee langs de straten. Ze hebben dan ook een komfoortje bij zich met gloeiende kooltjes om de koffie warm te houden. In de andere hand een emmertje met water en een stapeltje mokjes. Na gebruik worden de mokjes even omgespoeld in de emmer, weer klaar voor gebruik. De koffie smaakt goed, je moet er gewoon niet te lang bij nadenken. In een pannetje staan pinda's met rietsuiker te pruttelen, daar maken ze een soort repen van, die verkopen ze bij de koffie.
Elders komen we langs een "bioscoop". De mensen in deze wijken kunnen geen bioscoopkaartje betalen en als alternatief is hier van golfplaten een gebouwtje neergezet met eenvoudige houten bankjes. Voorin, op een verhoging, een grote tv, waarop films worden vertoond. Buiten, op een schoolbord, staan de films en de tijden. Vandaag geen voorstelling want de elektriciteit wordt gerationeerd. Ook bij ons valt de stroom op gezette tijden uit, bij voorkeur `s avonds. De waterreservoirs zijn leeg i.v.m. de droogte en er kan dus geen elektriciteit worden opgewekt. Het is heel irritant als je Tarek net in zijn badje hebt gezet, want de badkamer is vrij donker omdat er een grote boom voor het raam staat.
Fred komt samen met Hein met de zaterdagvlucht van KLM ’s avonds aan. Ik hoor dat het ontzettend koud is in Nederland. Daar kan ik me helemaal niets bij voorstellen. Het is hier echt snikheet, zo'n 33 graden overdag, 's nachts koelt het gelukkig iets af. De fan naast het bed draait als er stroom is, dat is heerlijk.
Doel van ons bezoek is ook om Hein en Maya een paar dagen vrij te geven terwijl wij op Tarek passen. Dinsdag vertrekken Maya en Hein voor 4 dagen met een auto van de zaak naar de Usumbara Mountains, ten noordwesten van Dar es Salaam, tegen de Keniaanse grens, om te wandelen.
Woensdag dus de " vuurdoop" wat betreft Tarek 's morgens uit z'n bedje halen, verschonen, fles geven, spelen totdat Cecilia komt om een uur of 8. Hij laat ons tot 6.45 uur slapen, dus het is een makkie. Ik ben een kwartier daarvoor al opgestaan, heb zijn flesje gekolfde melk van Maya al in de aanslag staan, alles loopt op rolletjes. Als Cecilia er eenmaal is kunnen Fred en ik in principe onze gang gaan tot 5 uur 's middags, want dan vertrekt Leonarda als laatste.
Fred en ik hebben de beschikking over de Landcruiser van Hein en Maya waarmee we ons voorzichtig tussen het bij tijden waanzinnige verkeer begeven in een auto met het stuur "aan de verkeerde kant" en in een stad die we niet goed kennen. We hebben wel een plattegrond van het deel van de stad waarin we ons bevinden, 't is best spannend.
Eerst maar eens even naar zee, bij heerlijk koel briesje in ouderwetse rookstoelen (!) onder een kokosnotenpalm een biertje gedronken en een visje gegeten. In de zon is het niet uit te houden, wil eigenlijk de zee in, maar deze is te ruw naar mijn smaak en ook vrij vies hier.
Ook richting Peninsula gereden, hier en daar stoppen, beetje rondkijken, weer een visje bij de Slipway. Op de terugweg langs bij een vrouwenproject, dat 4 jaar geleden is gestart door een Belgische, het Mabinti Center, waar vrouwen met fistula worden geholpen om, na een operatie, hun leven weer op te bouwen. Het deed me erg denken aan Penduka. Ook bij het Mabinti Center werken de vrouwen met textiel, maar i.p.v. borduren bedrukken ze de stoffen. Ze maken ook voorwerpen met kraaltjes en sinds kort tassen van recyclede billboards. Dat zijn gigantische stukken plastic van hele stevige kwaliteit, waarvan ze hele kleurige tassen, in allerlei maten, maken. We wilden allerlei dingetjes kopen, maar gaan met de helft naar huis omdat ons geld op is. "Moeten" dus nog een keer. We gingen vanmorgen met 100.000 Tanzaniaanse shillingen van huis, klinkt veel, maar is slechts 50 euro. 't Geld vliegt je zak uit, we moeten nog wennen aan die grote getallen.
Helaas is Hein 2 van de 4 dagen van hun uitstapje ziek, w.s. eet hij iets verkeerd op de weg ernaartoe. Hij heeft een hele dag in bed geleden. Gelukkig zijn er nog andere, Canadese gasten, zodat Maya met hen een dag heeft kunnen wandelen, met een gids. Vrijdagmiddag komen ze terug, Hein voelt zich weer OK, gelukkig want zaterdagmorgen vertrekken we weer met ons vijven naar Amani (betekent peace) Beach Hotel, zo'n 40 km onder Dar es Salaam, aan de kust.
Als we 's morgens wakker worden plenst het van de regen, geweldig, en dat gaat nog wel even door totdat we vertrekken. Op het moment dat we hier de poort uitrijden is het droog! Terwijl we tassen, buggy, enz. rennend met grote paraplu naar de auto brengen omdat je hier echt nat wordt als het regent! Langs de weg in de stad zie je bij tijden een woest kolkende beek, de planten van de vele "tuincentra" langs de weg stromen weg. Zonde dat het meeste water regelrecht de zee instroomt, merkt Hein op. We rijden dwars door de stad, want de woonwijk van Hein en Maya bevindt zich in het noorden en wij moeten naar het zuiden. Met een ferry steek je de monding van een rivier af, anders moet je een heel eind omrijden. Die pont is ook een hele belevenis. Was er met Janneke al overheen geweest, in april, het is nu iets minder druk omdat het zaterdag is (denk ik). Eerst mogen de auto's erop, daarna worden de gaatjes opgevuld door de in kleurige lappen geklede vrouwen, mannen met koopwaar op kleine karretjes, of hangend aan de fiets. Bijv. manden vol kokosnoten, die links en rechts van de bagagedrager hangen, kratten tomaten, bananen, papaja’s en meloenen. Fred maakt foto's van de verveloze kano's die langs de kant liggen, klaar om uit te varen, de zee op, op zoek naar vis. De pont af, en zuidwaarts, langs de kust. Eerst een stuk asfaltweg, dan dirtroad. Langs de weg steeds minder lemen hutjes, een enkel winkeltje, totdat we tenslotte niets meer tegenkomen. Behalve een enkel bord dat een van de spaarzame resorts aangeeft. Bij bord Amani Beach gaan we de bush in. Na ong. 20 minuten slingeren over een zandpad komen we aan bij een poort. Als onze naam op de lijst blijkt te staan mogen we door en komen terecht in een klein paradijsje. Bij het hoofdgebouw, witte steen, in Zanzibar stijl (dus Arabische bogen, donker hout, grote, Arabische lampen) worden we verwelkomd met een fruitdrankje. Onze gastvrouw is een Tsjechische (!), die samen met haar Italiaanse vriend de tent runt. Alles is spotless, de inrichting, de tuin, de bloemdecoraties op de tafeltjes, heel mooi. Onze "cottages" zijn zeer ruim, groot, hoog Zanzibarbed met veel houtsnijwerk, enorme klamboe zodat je om je bed (als we aankomen zijn onze bedden bestrooid met bloemen!) kunt heenlopen en de leeslampjes ook binnen de klamboe staan, wat echt heel handig is Overal staan bloemen, zelfs op de rand van het bad en de wastafels van de grote badkamer. Maar het mooist is de veranda vanwaar wij, over het zwembad heen, zo in de oceaan kijken, op zo'n 80 m afstand (als het vloed is). En er zijn maar 10 cottages, dus hooguit 20, 30 gasten at a time (sommige, zoals we merkten in het weekend, komen vanuit Dar met hun kinderen en laten er kinderbedjes bij zetten, qua ruimte kunnen er wel 15 man in zo'n cottage liggen). Op de veranda ook een hangmat, Fred helemaal blij! Vanaf onze veranda kijken we in de, op dit moment kale, kruin van een baobab. Dit zijn enorme dikke bomen, de stam is zo dik, dat je denk ik met 10 mensen de stam kunt omvatten. Er hangt een enkele, peerachtige vrucht in. Verder witbloeiende frangipane, rood, roze en witte bougainville, oleanders, allerlei soorten vetplanten met dikke, leerachtige bladeren. Het moet een enorme klus zijn om deze enorme tuin vochtig te houden.
Nou ja, zo'n weekend kan natuurlijk niet meer stuk. Met Tarek in het zwembad, met Tarek op het strand met het emmertje en het schepje, met Tarek in zee, hij vindt alles leuk! Golven in de branding deren hem niet! Zondagmorgen om 7 uur maken we een wandeling naar de cliffs, waar een nest van een visarend zit, volgens de manager. We zien ze regelmatig overvliegen, 2 volwassenen en 1 jong, maar het nest hebben we niet gevonden. Wel kleine, grijze aapjes, dezelfde als bij H en M in de tuin, sommige met jongen die onderaan de buik van mamma hangen, net als Tarek soms in de draagdoek bij Maya. 's Avonds gaan we eten, buiten op het terras van het restaurant (zoals Fred en ik alle avonden) bij kaarslicht, terwijl er een babysitter op Tarek past. Vanuit de bomen lacht een Bushbaby ons uit (klein soort aapje, maakt echt het geluid als een schaterlach). Tarek slaapt in een tentje in de cottage. Maya en Hein willen hem vast wennen, want ze gaan in de kerstvakantie naar Ethiopië en het is de bedoeling dat Tarek dan elke nacht in het tentje slaapt! Het eten is ook heerlijk. Warme lunch en avondeten, alles inbegrepen. We eten 2x per dag vis. Blufish, calamaris, garnalen, tonijn, kingfish, op allerlei manieren bereid.
Zondag na de lunch vertrekken Hein en Maya en Tarek naar huis, wij blijven tot woensdagmiddag. Ik sta elke ochtend om 7 uur op, zwem 24 banen in het zwembad, loop naar de zee, ga douchen, theezetten en Fred wakker maken. We hebben stroom tot 8 uur (vanaf 5.30 uur 's avonds), dus voor 8 uur “I have to put the kettle on”! Alles doen ze hier met generators, elektriciteit is er niet. Zonnepanelen op de palmbladeren daken van de cottages (redelijk koel binnen) zorgen voor warm water. Dan ontbijten in het restaurantje op het strand. Fruit, pannenkoekjes, eitjes. Dan nestelen we ons op de ligstoelen onder de bladeren parasols, tussen zwembad en zee en lezen en dommelen wat. Ik heb al 7 boeken uit! Om 1 uur gaan we dan weer lunchen, dan zwemmen, wandelingetje naar de cliffs die rond de baai lopen (niet te ver, Fred is ontzettend verbrand en ik ben verbrand), lezen, wijntje, om 8 uur diner in restaurant "boven". Langs het pad van onze "hut" naar het restaurant heeft het personeel intussen grote stormlantaarns voor ons neergezet zodat wij de weg in het donker kunnen vinden! Wij zijn maandag, dinsdag en woensdag nl. de enige gasten. Op woensdagmiddag worden we na de lunch door Mr. Said afgehaald. Het is precies genoeg geweest. Langer hoeft van ons niet. Heerlijk zo'n 4 dagen lezen (Fred leest zijn 4e boek uit, een nieuw record voor 1 vakantie), schrijven (ik natuurlijk), zwemmen, onthaasten, maar langer zou ons vervelen.
Als we terugkomen is Neil, een Engelse vriend van H en M hier zojuist op bezoek. Hij is een vijftiger en woont al 30 jaar in Tanzania, in Iringa. Daar is het bergachtig en er heerst dus een aangenamer klimaat, zegt hij. Hij heeft een 3 jaren plan uitgewerkt voor de regering (hij is ornitholoog, of in ieder geval vogelaar) om de kraaienpopulatie in en rond Dar volledig uit te roeien. De regering heeft daarvoor ook een flinke som geld ter beschikking gesteld. Het is een grote plaag, die kraaien. Ingevoerd in 1890 in Zanzibar, door de Engelsen, om het afval op te ruimen, zijn ze uitgegroeid tot een ware pest. Ze vernietigen de nesten van andere, zeldzame vogels, eten hun eieren en jongen op. Er zullen 1000 kraaienvallen in en rond Dar worden geplaatst. Hein heeft er ook een in de tuin, vorige week zaten er 15 in! Maar helaas, de Duitse buren op de compound hebben geklaagd, willen de val kwijt, de kraaien maken teveel lawaai. De zgn. NIMBY-politiek (Not In My BackYard).
Vandaag donderdag, nog drie dagen en onze tijd zit erop. Het is best snel gegaan, ik was hier bijna drie weken, maar Tarek slokt je helemaal op. Een ding wat ik niet zal missen is de warmte. Ik verheug me op de Hollandse herfst, al is het met regen, wind en kou. Het klimaat hier verlamt je, zelfs Fred zit de hele dag als een zoutzak op een stoel (hier op de veranda) of stretcher (aan het strand waar we net van zijn teruggekeerd), tamelijk ongewoon. Voor mij is het geen wonder dat Afrika zo achterloopt in ontwikkeling, het is gewoon niet te doen om hier zware lichamelijke arbeid te verrichten zonder airco, 3 koude douches per dag, of minstens een fan die je lichaam van links tot rechts en terug verkoelt. En, i.t.t. Venezuela, koelt het hier 's avonds ook niet af. Daar woonden we op 500 m boven de zeespiegel en was het 's avonds nog te harden, maar hier gaat de wind, die een uurtje blaast als de zon ondergaat, weer liggen en valt de hitte weer bovenop je.
Zaterdagochtend om 00:45 gaan we weer de lucht in en zijn dan zaterdagmorgen rond 08:20 op Schiphol. Deo volente!
P.S. Terug in Nederland. We hebben ons een dag vergist wat de terugreis betreft. 31 oktober terug, ja dat klopt! Maar dan wel om 0.45 uur!! I.v.m. schakeling van zomer- naar wintertijd tijdens ons verblijf in Tanzania is het vliegtuig ook een uur opgeschoven! Donderdagavond komen we erachter, omdat een vriend uit Nederland, die op ons huis past, in een mailtje vraagt wanneer we precies in Nederland aankomen. Fred checkt de tickets ………. Help! De vrije zaterdag samen met Hein en Maya wordt ons door de neus geboord.

En nog een gastcolumn van Willempje!
Op de dag van vertrek, 7 april, een kort verslag van mijn verblijf in Dar es Salaam.
De derde keer in een jaar tijd, wel erg lux, maar deze keer was de reden toch ook weer heel plausibel, nl. "een band opbouwen met mijn eerste kleinkind".Daarom deze keer geen sightseeing tours, geen souvenirjacht - hoewel - en geen kroegentochten. Nee, in plaats daarvan Tarekje in bad doen, Tarek in de draagzak over de compound, Tarek in slaap wiegen met arsenaal kinderliedjes en gewoon naar Tarek kijken. Die liedjes moeten hoognodig worden opgepoetst, veel woorden zijn me ontschoten. Niet dat dat Tarek iets uitmaakt, lalala en erre erre erre volstaat.
Ik heb erg van hem genoten. Gisteren was hij alweer vier maanden oud. Hij kijkt je aan, lacht, grijpt naar speeltjes, vindt het heerlijk in bad, en vindt het soms minder leuk in zijn bedje. Maar armen genoeg om hem te wiegen. Hein's, Cecilia's, Bibi's (Bibi is Swahili voor oma) en Maya's natuurlijk. Dat is absoluut de favoriet, maar zo hoort het ook. Maya voedt hem nog helemaal zelf, behalve als ze naar fitness gaat (3 a 4 keer per week, 's morgens tussen 6 en 7 uur), dan geeft Hein hem een flesje.
De eerste vier dagen was ik hier met Janneke. We gingen naar de Kariakoo markt aan de andere kant van de stad. Een grote, overdekte markt waar de lokale bevolking groente, fruit, vis, vlees, maar ook huishoudelijke artikelen, zaaigoed, landbouwwerktuigen, enz. enz. inkoopt. Altijd weer boeiend, zo'n exotische markt.
We hebben Hein's nieuwe kantoor, letterlijk naast de deur, bezichtigd. Een hele verbetering, maar ook onpersoonlijk. Iedereen sluit zich op in zijn airco-kamer, je ziet geen kip op de gang. Hein beaamt dit ook, er is nauwelijks collegiaal contact. Jammer.
We zijn een dag naar het strand geweest iets ten zuiden van Dar, Kipepeo Beach. Om er te komen moesten we over met een ferry. Anders moet je anderhalf uur omrijden, om de baai. Op de ferry passen wel 40 auto's en heel, heel veel mensen. Eerst mogen de auto's en de handkarren, meestal hoog opgetast met kratten frisdrank, kistjes tomaten, fruit, plastic balen met ?, meubilair, matrassen, kortom meest uiteenlopende waar, de pont op en dan worden letterlijk alle gaatjes opgevuld door voetgangers, de vrouwen in de meest kleurige kleding.
De overtocht bedraagt maar een paar minuten, onbegrijpelijk dat ze er geen brug bouwen.
Het strand was mooi schoon, ook het water heel redelijk, maar lauw. Afkoelen in zee is er niet bij. We installeerden ons bij een soort lodge, waar palmbladeren dakjes de mensen beschermen tegen de zon, want die is er niet te harden.Tarek werd in zijn hangmatje gelegd, onder het dakje en lag als een kleine prins te schommelen in een briesje uit zee.
Heerlijke dag, gezwommen, geluncht, koele drankjes, boekjes gelezen, het leven in de tropen is zo slecht nog niet.
Op de terugweg hadden we pech. Er was een containerschip gestrand vlakbij de afvaartplek van onze ferry, dus moesten we zeker een uur wachten voor we naar de overkant konden. Daar kwamen we ook nog eens in de spits terecht, Tarek had het helemaal gehad. Hein wandelde een eindje naast de file met Tarek op de arm, toen werd hij weer rustig. We zagen honderden vleermuizen van flinke afmetingen door de lucht scheren, nog nooit zoveel bij elkaar, en zo groot gezien. Volgens mij hadden ze het aan de stok met vlucht kraaien, die in dezelfde boom wilden overnachten.
Het gestrande schip.
Op Janneke's laatste dag ging Maya 's middags naar een babygroep, moeders met jonge kindjes, en dus kon Janneke's wens, middagje chillen bij de infinite pool van het Golden Tulip Hotel, ook nog in vervulling gaan. Vanuit het zwembad kijk je zo de oceaan in, het is wel een hele mooie plek. Boekjes en tijdschriften mee, bacardi cola in de hand, Jans geniet.
Na Janneke's vertrek paar dagen rustig aan. Hein moest ook naar Nairobi, dus gewoon beetje aantutten, Maya en ik, in en rondom het huis. We gaan langs bij de Hollandse dokter, want Tarek's oorontsteking is nog niet helemaal over. De Dutch clinic is klein, schoon, fris in de verf en er liggen Hollandse tijdschriften in de wachtruimte.
Maya gaat vrijdagmorgen weer naar de fitness, en daarna met vriendin op kledingjacht, maar ze is eigenlijk al weer snel terug, met alleen maar 1 korte broek voor Hein. Die zit perfect. Ik herinner me uit de tijd dat ik babies had dat ik er heel erg naar kon verlangen paar uurtjes voor mezelf te hebben, maar dat ik ook weer heel snel naar huis wilde als de gelegenheid zich voordeed.
In 't weekend komen Duitse en Deense vrienden cocktails drinken, die Hein maakt met nieuwe shaker. Maya maakt een heerlijke lasage en vrienden nemen salade mee. En een bevriend Amerikaanse koppel op leeftijd die in Kigoma een half jaar medische trainingen geven. In Kigoma is helemaal niks te krijgen, deze mensen verdienen echt een lintje. Want ze zijn al met pensioen en hoeven dit werk niet meer te doen.
Zondag lunchen we weer met 2 Deense vrouwen met hun kleine kindjes Hanna en Tiewe. Leuk dat er veel jonge mensen met babies zijn, in Dar.
Met Pasen gaan Hein en Maya met ene Deense stel en kindje Hanna naar de Morogoro, 200 km ten zuiden van Dar es Salaam.
Vanavond, na 10 dagen, weer terug naar Nederland. Naar een Hollandse lente. Hoeft van mij niet zo heet te zijn.
Gastcolumn geschreven door Willempje
Van 10 – 20 oktober 2008 waren wij (Fred en Willempje, ouders van Hein) te gast bij Hein en Maya. Willempje voor de tweede keer, Fred voor de eerste.
We waren toen al 12 dagen op reis in Tanzania, maakten een safari, beginnend in Arusha,
naar de verschillende wildparken. Arusha, Tarangire, Lake Manyara, Ngorongoro Krater, Serengeti en Lake Natron. Het was een indrukwekkende reis van ongeveer 1600 – 1800 km, meest over onverharde, hobbelige wegen, maar we werden comfortabel vervoerd door Abdul, onze gids en chauffeur in een ruime Toyota Landcruiser 4WD met open dak, dat recht omhoog open ging, zodat je staande, uit de zon, het wild, de vogels en het landschap kon bekijken. Hoewel je op deze manier aardig wat stof binnenkreeg was het briesje langs je gezicht erg aangenaam.
We overnachtten in uiteenlopende plaatsen, in lodges. Van eenvoudige tot super de luxe lodges of “tented camps”, ruime tenten, op palen, met een palmbladeren dak erover, tegen hitte en regen. Deze tenten bevatten niet alleen gewone bedden, maar ook een badkamer, vaak met bad.
We hebben veel wild gezien. Zebra’s, giraffen, gnoes, impala’s, dickdicks, Thomson gazelles, Grant gazelles, cheetahs, luipaarden, leeuwen, hippo’s, 1 neushoorn (!), hyena’s, jakhals, bavianen, en vele andere soorten apen, olifanten, te veel om op te noemen. Fred en ik ontdekten deze keer ook de enorme variëteit aan vogels, dankzij onze gids, die veel namen kende.
Op onze tocht stuitten we ook op de Masaai, die in dit gebied, en het zuiden van Kenia, wonen. Op de meest desolate (en naar ons idee droge) gebieden zag je soms opeens een kleurige Masaai man of een paar vrouwen in de onmetelijke vlakte lopen. De mannen (in felrode lap gewikkeld, met een stok) meestal met vee, de vrouwen, in blauwe lap, uitgedost met kralenkettingen en dito mutsjes, met ezeltjes, beladen met plastic jerrycans, flessen, op weg, of terug komend van de rivier of een waterplaats. We reden soms langs Masaai dorpjes, die bijna nooit aan de weg liggen, maar middenin een vlakte. Ze hebben toch geen auto’s, dus hoeven ze niet aan de weg te zitten. Ze hebben vaak enorme kuddes, vnl. koeien, maar soms ook geiten, ezels of schapen. De dieren zien er meestal niet erg goed gevoed uit. Maar het was ook het einde van het droge seizoen, dus weinig voedsel en water.
Kinderen rennen naar de auto, als je voorbij komt, “pen, pen”, roepend, en een schrijfgebaar met de hand makend, ik zou iedereen die die kant op gaat, willen aanraden pennen (of potloden zijn prima) mee te nemen. Die zijn moeilijk te krijgen op het platteland en er is een enorme behoefte aan bij schoolkinderen.
Kortom, het was een schitterende reis, maar het leidt te ver om hierover in de gastencolumn uitgebreid verslag van te doen. Dus over naar ons verblijf bij Hein en Maya in Dar es Salaam.
Toen we er op 10 oktober aankwamen kwamen Hein en Maya ook net terug uit Mombasa. Hein had daar o.a. een presentatie gehouden op de bananenconferentie, een heerlijk fout woord! Maya had genoten van luxe hotel, zwembaden (7) en overvloedige maaltijden.
Ze is prachtig zwanger, draagt haar buik met verve. Ze barst zo langzamerhand uit de kleren, maar hanteert creatieve oplossingen. Gelukkig had Nanja ons een hele tas zwangerschapskleren meegegeven, die Maya enthousiaste kreten ontlokte en ik had bij Prenatal een bikini en een broek gekocht die uitstekend bleken te passen.
Fred inspecteerde het huis, sinds mijn vorige bezoek (6 mnd geleden) is het huis “eigener” geworden. Er hangen lampen, er is een mooie eettafel met stoelen, in de keuken hangen houten kastjes met glazen deurtjes, en er staat een prachtig, Arabisch logeerbed met uitstekende klamboe in ‘onze slaapkamer”. Compleet met houtsnijwerk en blauwe, glazen ruitjes. “Mijn” (eenpersoons) kamer wordt de babykamer, daar zijn de donkere kastdeuren wit geverfd, lekker licht. Aan de wand hangen hier en daar wat schilderijen, of wandkleden, er liggen kussentjes op de bank, kortom Hollandse huiselijkheid. Ook is er een goede studeerhoek in de kamer waar de pc's staan.
Maar de meeste belangstelling gaat natuurlijk uit naar de tuin, die door Fred aan een minutieus onderzoek wordt onderworpen. Elk plantje, elk stekje, wordt besproken en het ongelooflijke is gebeurd: Hein en Maya zijn al net zulke mutsen op tuingebied als mijn “constant gardener”. Ik geloof dat Fred’s uiteindelijke oordeel over de tuin goed uitpakt: het kan zijn goedkeuring wegdragen. Wel vindt hij (ik herken het uit Paterswolde) dat een deel van het gazon er aan moet geloven om nog meer vaste planten onder te brengen, maar ik, veel nuchterder in deze dingen, raad het Hein af, omdat hij in het droge seizoen dan nog langer bezig is met water geven (met gieters, elke avond als hij uit zijn werk komt!). Ik zie Hein en ook Maya toch wel een beetje opgelucht ademhalen, zij gebruiken nu al het meeste water van de hele compound, eigenlijk niet verantwoord.
De eerste dagen genieten we van onze rust en van elkaar. Beetje wasjes draaien, beetje boodschapjes doen, rondkijken in Dar, BBQen (lomito!), lezen, nieuw spelletje doen, dat we hebben meegenomen. “Regenwormen”, nr. 1 bij Wirwar, de speelgoedwinkel in Groningen, wat inderdaad een heel leuk spel blijkt te zijn. Fred en Hein laten zelfs het schaken er voor staan, dat ze de eerste dagen weer even fanatiek hadden opgepakt. Lekker uit eten bij “Addis in Dar”, gezellig en uitstekend Ethiopisch restaurant in de buurt. Kennisgemaakt met Olaf, de nieuwe buurman, en Trudpert, het baby’tje van de andere buren.
Zondag vliegen we met klein vliegtuigje (12 passagiers) naar Mafia Island, een eilandje voor de kust, ten zuiden van Zanzibar. Maya heeft 2 “banda’s”(weer van die mooie hutten op palen) besproken in Ras Mbisi Lodge. Ze is afgegaan op de hemelse beschrijving in de Lonely Planet over het eten, voor Maya deze maanden zo ongeveer het allerbelangrijkste item, de zwangerschap bezorgt haar een “gezonde trek” in het kwadraat!
De keuken is inderdaad niet mis, heerlijke gerookte vis, salades van tomaten en rucola, eigen gebakken brood, zeer smakelijke toetjes. Jammie!
Onze banda staat op palen, hooguit 50 m van zee, onder de kokospalmen, vanuit je bed kijk je zo de Indische Oceaan in. Er zijn geen wanden, het is alleen een afdak van palmbladeren, je kunt grote lappen van kaasdoek laten zakken als je meer privacy wenst. Af en toe hoor ik “plof”, dan valt er een kokosnoot in het zand. Alles in de banda is gemaakt van kokosnoothout, de stoelen, tafel, het bed, zelfs het zeepje. Voor het trapje dat naar de veranda leidt staat een grote terracotta bloempot gevuld met water om je voeten af te spoelen voordat je je huisje binnenstapt. De “lilac breasted roller” pikt naar mieren naast de hut, blauw, blauw, blauw. Het zand is spierwit.
De tweede dag huren we een dhow om de zee op te gaan. In de luwte van het eiland leven jonge walvishaaien, die daar blijven totdat ze groot genoeg zijn om de wilde baren te trotseren. Ook gaan we snorkelen, tussen het koraal. De walvishaaien laten zich helaas niet zien vandaag, en het water is vrij troebel tijdens het snorkelen, zodat we niet veel kleuren kunnen onderscheiden, maar who cares? Op een onbewoond eilandje wordt onze lunch klaargemaakt (gegrilde barracuda!) met een heerlijke salade. Uit de koelbox komen biertjes, sapjes, witte wijn, het leven is goed!! Er strijkt een koppel zwarte en witte reigers neer, vlak voor ons op het strand, perfect. Op de terugweg zien we de zon in de zee zakken. Het enige minpunt van ons verblijf op het eiland zijn de sandflies, je ziet ze niet, voelt ze niet, tot een paar uur later, dan begint het te jeuken en krijg je flinke bulten. Dat duurt wel een paar dagen. Om ze te verjagen steekt men ’s avonds bij het restaurant een vuur van kokosnotenschillen, daar houden die vliegjes niet van, maar het zet geen zoden aan de dijk. Maya en ik zitten dagen onder de bulten.
Als we terugkeren in Dar es Salaam is het Julius Nyerere dag, een van de vele nationale feestdagen in Tanzania. Het is dan ook heel druk op straat. Markten, vuurtjes, maar weinig muziek. Een verschil met Zuid Amerika, daar hoor je overal muziek, niet alleen in cafés, huizen, maar ook in bussen, auto’s, op straat. Zijn de mensen hier serieuzer? Er valt misschien minder te lachen, het leven is hard.
Woensdag gaat Hein weer aan het werk. Fred doet wat klusjes in huis. Planken op maat maken en ophangen in de twee badkamers, en later nog een samen met Hein, in de babykamer. Het zweet gutst van zijn lijf. Maya en ik gaan met een bajaj (zo’n motortaxi) naar de ijzerwinkel om schuurpapier (made in Holland!) te halen. Alsof je in de botsautootjes zit op de kermis. Lekker luchtig, koel briesje, dat wel, maar je staat doodsangsten uit. Auto’s hebben totaal geen respect voor je, en de bajajchauffeur wringt zich overal tussendoor. Maar Maya zit gezellig naast me te kouten, dus ik moet me niet aanstellen. Ook nog even de supermarkt in, mmmm, zalig, net een ijskast, na die hitte.
Donderdagochtend gaat Maya naar zwangerschapsyoga. Op maandagavond is er les, dan gaat Hein mee. Fred en ik gaan op zoek naar leuke souvenirs, o.a. op de Tinga Tinga markt, daar moet je zijn voor schilderijen. Fred is heel enthousiast en koopt er twee. Ook kopen we een “askari” een bewaker/politieagent in een mooi wit uniform, van hout. Fred denkt zoals gewoonlijk weer groot. Maya sleept ons ook nog naar andere marktjes, de Slipway en de markt op Mwenge Road. Leuk, maar na een paar uur ben je totaal uitgeput en rijp voor een ijskoude douche (maar die is er niet). Voor Maya vind ik het erg zwaar, dus sturen we haar naar huis en nemen later een bajaj naar huis. Maakt Fred dat ook mee. Hij boft want het is spitsuur. Als we in een file terechtkomen stuurt onze chauffeur zijn bajaj gewoon het talud af, langs de weg en een endje verderop, waar men weer rijdt, het talud weer op. Fred en ik klemmen ons aan elkaar vast achterin.
’s Avonds gaan we in een goed restaurant Mediterraneo (!) eten, aan zee. Hein heeft beetje de pest in, wordt beroerd van de afstand naar zijn werk. Elke dag een uur heen en een uur terug over een ongelooflijk drukke, gevaarlijke weg. Het is maar 35 km, maar door opstoppingen, files, enz. kost het hem een uur heel geconcentreerd rijden. Heeft al een paar keer aanrijdingen gehad. Er is een kantoor van de IITA veel dichterbij, maar daar zit men hutje mutje op elkaar, daar is geen plaats voor Hein.
De volgende morgen, als Maya en wij naar dat kantoor gaan om geld voor de huur te halen horen we van Francis, collega van Hein, dat IITA aan het onderhandelen is met eigenaar van kantoorruimte NAAST het huis van Maya en Hein! Als dat eens zou gebeuren! (5/11: gaat definitief door, contract is getekend! W). Dat betekent dat Hein kan lopen naar kantoor, en tussen de middag eventjes baby kan knuffelen!
Zaterdagmorgen gaan we naar het centrum van Dar, naar een galerie, en naar de stofjesmarkt. We zoeken ons een rotje naar een leuk restaurantje waar Maya en Hein wel eens hebben geluncht, maar kunnen het niet vinden. Het centrum is erg onoverzichtelijk, ook zijn er geen uithangborden bij winkels, cafés, e.d. We lunchen in soort cultureel centrum, authentieker dan hotel Mövenpick, waar we onze auto veilig hebben geparkeerd!
Zaterdagavond zijn we uitgenodigd bij Olaf, de buurman, op zijn verjaardag. Een hele groep Duitsers, die behoorlijk goed Engels spreekt bij elkaar. De meesten werken al jaren in Tanzania op het gebied van lepra, aids, een antropologe verricht er onderzoek, ook op het gebied van aids. Zware verhalen. Hein beheert het vuur, volgens mij is hij er niet echt blij mee, want iedereen zit te praten en te eten en terwijl hij alsmaar lapjes vlees omdraait, op de hoek van de veranda. Echter, zijn tijd komt nog wel, maar dan liggen Maya, ik en zelfs Fred al in bed.
Op zondag worden we uiteraard gewekt door de kerkdienst op het dak. Er wordt gezongen door een koortje, dan door een vrouw en het orgeltje gaat on and on and on. We stappen in de auto en gaan lunchen op het strand, bij “Belinda”. Het kost ongeveer een uur voordat we onze bestelling hebben doorgegeven, nog een uur voordat we weten dat 9 van de 10 gerechten op het menu er niet zijn en dan nog een uur totdat we ons schamele bordje vis geserveerd krijgen. Maar het bier en de wijn komen wel goed door, dat is het belangrijkste! Carolyn, een collega van Hein die vlakbij woont, komt erbij. Leuk om haar een beetje te leren kennen. Voor vertrek nog even een paar spelletjes regenwurmen nu het nog kan!
Thuis pakken we de koffers, maar die moeten we op het vliegveld weer uitpakken, want de rode koffer (gewicht 34 kg) mag niet mee van de baliemedewerker. 46 kg bagage is geoorloofd, maar dan wel in 2 koffers van 23 kg. Op Schiphol was dat 3 weken geleden geen punt, maar zij houdt voet bij stuk. Gelukkig hebben we nog een kleine Samsonite (die hebben we in iets grotere Samsonite koffer gedaan, omdat we terug veel minder spullen hebben dan heen), en we smijten ruim 10 kg in het kleinere koffertje, totdat de weegschaal met de rode koffer precies 23 kg aanwijst. Dit tot grote verbijstering van de dame achter de balie die geld rook.
De weg naar het vliegveld blijkt trouwens levensgevaarlijk in het donker. Er is bijna geen straatverlichting en het is ontzettend druk langs de weg. Busjes vol mensen rijden zomaar vanaf de berm de weg op en ook zien we een paar keer een busje met pech op de tweede baan staan. Zonder verlichting, ja er ligt een tak op 5 m achter de bus, levensgevaarlijk. We staan paar keer in de file en Hein zit zo ongeveer met z’n neus tegen de voorruit. Fred en ik rijden mee achterin. Dit moeten Hein en Maya echt nooit meer doen, ’s avonds laat mensen naar het vliegveld brengen. Op een gegeven moment stoppen er een paar auto’s, maar Hein kan er nog net langs schieten. Verontwaardigd zeggen we tegen elkaar “snap je dat nou, gaan zomaar stilstaan?” Zijn deze auto’s gestopt voor een goederentrein, die zonder waarschuwingsbord of knipperlicht op de weg ons pad kruist. 10 seconden later en de trein had ons gegrepen! Je moet het maar weten! Poeh, poeh, we zitten allemaal te shaken.
Nog maar een biertje en een pizza op het vliegveld, voor de schrik, we hebben ook nog de tijd. Voor Maya en Hein misschien ook minder druk, wat later, die akelige terugweg. Voordat wij in het vliegtuig stappen bellen ze ons al. “We zijn thuis”.
Wij ook, alweer twee weken, en kijken terug op een heerlijke tijd in Dar. Voor de laatste keer met vier volwassenen onder elkaar! De volgende keer draait alles om “die kleine”! Heel bewust beleefd, deze week en uitkijkend naar de volgende fase!

Gastcolumn van Merlijne en Otto
Juli 2008
Vier weken rondreizen in Tanzania. In tegenstelling tot het dagelijks leven, houden we er in de vakantie niet zo van lang op dezelfde plaats te verblijven. Verandering van spijs doet eten. Tanzania is bij uitstek een land dat in die behoefte kan voorzien, behalve dan misschien wat betreft het eten. Vele klimaatzones, grondgesteldheden, flora, fauna, stammen, religies, enz.
Hein en Maya halen ons het vliegveld op. Bier en barbecue in Dar es Salaam. Vier weken eerder was het hetzelfde recept in Den Haag.
De eerste dag hangen we wat rond in de stad en zwemmen aan een strandje in de geur van fecaliën. Het is weer tijd om verder te gaan.
De volgende ochtend vertrekken we naar Zanzibar. Een eiland in de Indische Oceaan, waar bij wijze van uitzondering voor deze uithoek van de wereld, kruidige maaltijden bereid worden. Arabische, Indiase en Afrikaanse invloeden mixen hier kleuren en spijzen. Een helder blauwe koraalkust, exotische schelpen en de weldaad aan vruchten doen paradijselijk aan. En alsof deze wereld niet voldoende is, gaan we ook onderwater kijken met de duikbril. Merlijne stapt in een zee-egel. 12 stekels dringen door de eeltlaag heen. Een antagonistisch gekrijs over de verder zo rustig kabbelende Indische Oceaan. We willen nog de Kilimanjaro beklimmen.
Na wat ellendige minuten doet het bijtende zout zijn werk en varen we met dhow (Arabisch voor zeilboot) naar het koraal.
We zijn drie dagen op Zanzibar en beginnen aan dit paradijs te wennen, tijd om weer verder te gaan. Met de Dala Dala (op Zanzibar is dit een minibusje en vrachtwagentje tegelijk) reizen we weer terug naar Dar.
In Tanzania zijn enkele verkeersborden (overstekende olifanten) en heel soms plaatsnaamborden. Goede kaarten ontbreken en de wegenwacht en APK is ook anders geregeld. Hein en Maya laten zich in deze kwesties adviseren door Mr Mgoba, hierna te noemen ANWB. Hij helpt ons bij het organiseren van de tocht naar de top van de Kilimanjaro en zorgt voor een check van Maya’s jeep. Tevens kunnen we hem altijd bellen als we in de problemen komen … hij haalt ons dan uit de brand.
In alle vroegte worden wij door een jammerende Imam tot gebed opgeroepen. We vertrekken echter per jeep naar het noorden van Tanzania om de Kilimanjaro te beklimmen. Op de Kili hebben we elke dag in een andere klimaatzone. Temperaturen van 28 tot -15 graden en luchtdruk verschillen hier van 1000 millibar tot onder de 500 millibar.
Gelukkig worden we goed verzorgd. We houden wel van een pittig verzetje, maar zes dagen met een zware rugzak op lijkt ons wat veel. We huren een gids (‘Babu’ Augustin) en assistent gids (Alfesto) plus vier dragers waarvan er eentje tevens kok is (Alfred) en een andere ober (Marcus).
Na een halve dag wandelen zijn we toe aan onze eerste lunch en wordt duidelijk waarom we zoveel dragers nodig hebben. We worden genood te gaan zitten op de krukjes aan het gedekte tafeltje met: kip, vruchten, soep en broodjes. Een enigszins bevreemdende aanblik midden in het regenwoud (inderdaad … regen), waar onze eerste etappe doorheen loopt. We slapen net onder de boomgrens op 2.890 m.
De tweede dag lopen we door naar 3.840 m. Otto voelt de hoogte aan zijn hoofd, maar blijkt gewoon niet de nodige 5 liter water per dag gedronken te hebben. De derde dag door de geheel doodse hoogvlakte heeft Merlijne de hoogte in de benen. Het verschil tussen start en finish deze dag is maar 100 m, maar ’s middags zijn we 0,5 km hoger. Deze dag is speciaal voor de acclimatisatie. We beginnen aan de ingekochte structuur te wennen. Elke ochtend worden we om 6:30h gewekt met een kop thee. Vervolgens ruimen we onze tent op en pakken onze bagage in voor de dragers. We krijgen pap, een omelet en (steeds ouder) brood. ’s Middags fruit en soep (steeds dezelfde smaak met een andere naam) en ’s avonds, popcorn, gebakken pinda’s, soep (weer een andere naam) en groenten met rijst.
Onze laatste overnachting voor de uiteindelijke beklimming van de top is bij Barafu Hut op 4600 m. Om 23:00 h worden we gewekt met een kopje thee. Om 0:00 h vertrekken we (met gids zonder dragers) om rond 6:30 h van de zonsopgang te genieten op Stella Point (5.735 m). We hebben zonder noemenswaardige stop gestegen. Midden in de nacht op stap, met hoofdlampjes op lijkt het een soort Sint Maarten optocht. Gelukkig hebben we volle maan en kunnen we redelijk makkelijk het pad zien.
Op Stella Point aangekomen komt de zon net tevoorschijn. Merlijne heeft haar laatste energie nu verbruikt. Otto gaat nog even naar Uhuru Peak (5.895 m) “Africa’s highest point, worlds highest free-standing mountain, one of world’s largest volcanoes..welcome”, staat er te lezen op één van de schaarse naambordjes die Tanzania rijk is.
Terug in het kamp mogen we van de gids even een uurtje slapen en krijgen als we weer ‘wakker’ zijn …(o, structuur) soep met weer een andere naam en zelfde smaak. Soep, ei, popcorn… goed bedoeld, maar de rest van de vakantie hebben we er geen trek meer in!
De afdaling gaat weer door een kale hoogvlakte. Het water is op en wandelen de hele dag op de gedachte aan water. Uitgeput komen we aan in het regenwoud. We waren de laatste dagen vertrouwd geraakt met het alom aanwezige stof dat zelfs door het gaas van de tent komt waaien. In het regenwoud blijkt dezelfde stof in een zeer vloeibaar soort modder te veranderen. Alles wat je aanraakt geeft zwart water af. Gelukkig hoeven we nog maar één dag met deze vieze spullen.
Terug in Moshi bij ons Lutheraans hostel merken we dat de tocht ons toch meer heeft uitgeput dan we dachten. We nemen een dagje rust en voeden ons met bruin brood (nergens te krijgen behalve hier), yoghurt (schaars), verse koffie (eigenlijk voor de export) en een boek. Welverdiende rust. Dan is het weer tijd om verder te gaan.
Behalve een aapje in de tuin van Maya en Hein hebben we nog geen ‘wilde dieren’ gezien. Op safari dus. Het Tarangire National Park ligt in de Maasai steppe. Een steppe, genoemd naar haar nomadische inwoners. Lieden die zich met trots verzetten tegen veranderingen in leefwijze (heel hedendaags dus). We kamperen op een stukje ommuurde steppe. Een Maasai met pijl en boog beschermt ons ‘s nachts tegen zijn stamleden.
We hebben het asfalt nu ver achter ons gelaten. De ‘dirt roads’ leiden ons nu langs zebra’s, impala’s, giraffen, antilopen, wratzwijnen, gnoe’s (Wildebeest), gazellen, buffels, bavianen, olifanten en zelfs een leeuw. Merlijne neemt wat vaart om een heuveltje van stuifzand op te rijden, bijna boven … staan we oog in oog met een olifant aan. Abrupt remmen en even stil staan op een te schuin stukje weg. De remschijven zitten vol stof en houden de jeep niet meer. Achteruitglijdend proberen we de auto op het pad te houden. De ongebruikelijkheid van deze rijwijze ontgaat de olifant niet. Met een schelle trompet roept hij de familie erbij. Een achttal olifanten zit ons verbaasd aan te staren.
We hebben een kwart van de hobbel-de-bobbel-weg gehad, nog ca. 350 km te gaan. We dachten dat hier geen dorpjes zouden zijn. Niets was daarvan op de kaart te vinden. Grote delen van de route echter laten het typische beeld zien van een hobbel-de-bobbel-weg met vrouwen met water, was of struiken op hun hoofd, mannen die karren voortduwen en kinderen in schooluniformen die zwaaien. Soms een voorbij racende jeep die het tafereel omhult met een dikke stofwolk.
Onze jeep heeft er genoeg van. De uitlaat breekt en föhnt nu dieseltank. Onze afspraak met Hein, Maya en Daniëlle in Morogoro gaan we niet op tijd halen.
Gelukkig heeft Tanzania het hoogst aantal automonteurs per auto. Twaalf zwarte handjes en een lasvlam zorgen er binnen twee uur voor dat onze uitlaat een geheel andere doch bruikbare vorm heeft gekregen.
Het is inmiddels 19:30h en stikdonker. Onverantwoord om nog door te rijden over een onverlichte asfaltweg zonder noemenswaardige tussenplaatsen. We rijden een dorpje terug omdat daar een guesthouse zou zijn. Uitbater ‘Babu‘ (vader in Swahili) is erg blij dat hij zijn Engels kan oefenen op ons. ‘Mama’ bereidt het eten, waar we inmiddels erg aan toe zijn. Voldaan gaan we slapen. Er is hier geen stromend water, maar wel warm water. In een grote ketel op gloeiende kooltjes achter het huis kunnen we emmertjes warm water halen om ons te wassen.
De auto moet helaas de volgende morgen aangeduwd worden, maar daarna rijden we ‘non stop’ door naar Morogoro.
Met Hein, Maya en Daniëlle gaan we naar Ruaha NP. De auto heeft het echter gehad. De dieseltank lekt (wordt gemaakt, lekt weer, wordt gemaakt, lekt weer), de accu wordt vervangen, de voorbumper valt er af. Hein belt de ANWB om te vragen wat er moet gebeuren en om de prijs te bepalen met de ook hier weer in overvloed aanwezige monteurachtige kinderen. Het binnenstedelijke (inmiddels in Iringa) benzinestation ademt een onmiskenbare authentieke Afrikaanse sfeer.
Om de tijd te doden leert Daniëlle Swahili van Maya, Otto en Hein spelen schaak en Merlijne leest een boek. We moeten een nacht overblijven in Iringa. De volgende dag kunnen weer eindelijk weer verder naar Ruaha.
Maya geniet dat ze weer in haar autootje kan rijden en ontwijkt behendig de gaten en oneffenheden in de weg. Hein houdt zich bezig met zijn GPS en vertelt nauwlettend welke consequenties ´intermezzo’s´ hebben op onze gemiddelde snelheid.
Halverwege de middag bereiken we de lodge (ook een advies van de ANWB). Vanaf het terras kijken we uit over de eindeloze vlakte Acaciabomen. Nadat onze tassen in mierzoet ingerichte kamer staan (Daniëlle’s kamer lichtgevend oranje, de kamer van Hein en Maya lichtgevend roze en onze kamer lichtgevend geel), gaan we naar het Nationaal Park. We hadden nog geen krokodillen en nijlpaarden gezien en waren dus blij verrast toen we enkele door de stroom lopende gepolijste dikke ‘rotsen’ zagen klapperen en draaien met hun oortjes. De krokodillen trokken zich niets van deze Hipo’s (zo niet de domste dan toch de meest plompe safaridieren) aan.
We hadden de taken verdeeld: Otto zoek de luipaarden, Maya identificeert de vogels, Hein doet de landschapsfoto’s, Merlijne doet het watermanagement en Daniëlle doet close-up foto’s. Alleen Otto heeft zijn taak niet naar behoren volbracht.
Na drie dagen safari snel naar Dar Es Salaam om nog wat souvenirs te kopen.
’s Avonds gaan we (Olaf i.p.v. Maya) bier drinken in de plaatselijke bar/ disco/ hoerentent. De anders zo zorgvuldig en charmant geklede vrouwen in de meest kleurige Kanga´s (doeken), zijn nu wel erg schaars gekleed. Het typisch Oost-Afrikaanse gebrek aan haar is hier lang, blond of paars. De dames dingen naar de gunsten van oude wazungu (Swahili voor blanke vreemdelingen).
Uitslapen, nog snel een paar souvenirs en met de taxi door het drukke verkeer naar het vliegveld- terug naar Scheveningen.
---------------------------------------------------------------------------------------------------

Gastcolumn van Willempje
Maart en april 2008
De eerste week in Dar besteed aan een beetje acclimatiseren, rondkijken in Dar en omgeving, zweten op de veranda en muggenbulten tellen. Een kakkerlak boven mjn hoofd in de klamboe, dat soort dingen. Geen Fred in de buurt om het beest te vernietigen. Ja, ik sta er helemaal alleen voor hier, hoewel, alleen, ik heb 2 zeer capabele vrouwen om mij heen, die regelen alles. Mijn lieve schoondochter Maya, uiteraard, die al een aardig woordje Swahili spreekt (ik ben nog niet verder dan "pole" , hetgeen sorry betekent) en haar hartsvriendin Marije (of Marrigje, zoals Maya haar noemt). Zeer bijdehand, maar voor Marije is het de eerste keer in Afrika en ze is o.a. bang voor de tropische beestjes, muggen i.h.b. en schudt steeds haar hoofd als ze merkt dat het hier niet zo goed geregeld is allemaal. Wat dat betreft voel ik mij een echte tropenkenner, dat heb ik allemaal al een keer doorgemaakt, breek me de b ... niet open.
Hein vertrekt om een uur of 8, 's morgens, en komt om een uur of zes thuis. Als hij het huis uitgaat komt mamma Elisa binnen, de hulp, die elke dag de vloeren veegt, dweilt, strijkwerk doet, enz. Ik dacht dat ze ongeveer een jaar of 40-45 zou zijn, moeilijk in te schatten, ze blijkt 53 jaar te zijn. Ze is recentelijk weduwe geworden, vertelde ze me, en heeft kinderen. Ze is erg bescheiden, veel te veel eerbied voor die rijke blanken, soms genant. Maar Maya kletst met haar in het Swahili, en leert ook van haar de taal.
Hein doet wat hij kan, op het werk, maar echt gladjes verloopt het nog niet. Hij ergert zich aan de enorme bureaucratie. Om een voorbeeld te noemen: hij heeft er een maand over gedaan om een nietmachine te bemachtigen, op zijn kantoortje. Zjin baas is een Congolees en ouder en in Afrika betekent dat dat je dan buigt als een knipmes, en daarin is Hein niet zo goed. Hij heeft gelukkig een hele leuke collega, Carolyn, haar hebben we kort ontmoet, die hem begrijpt en, hopelijk, bemoedigt.
Naar de haven, in het centrum geweest om tickets voor de boot naar Zanzibar te kopen. De kaartjes zijn voor toeristen 2 x zo duur als voor residents, maar vooruit, het toerisme is hier een goede inkomstenbron. We hadden de auto bij het Hilton Hotel geparkeerd en hebben wat rondgelopen in de stad. Hier redelijk veel hoge gebouwen, nieuw en shabby wisselen elkaar af, grote billboards, de vooruitgang rukt ook hier op. Veel mensen op straat, vaak in kleurige rokken gekleed. Mannen soms ook in doeken, dat zijn leden van de Masaai. Die worden op een bepaalde leeftijd de " bush" ingestuurd en moeten zich dan maar enkele jaren zien te redden. Het enige wat ze hebben is hun kleding en een stok (speer) en ze lopen hele afstanden het land door. Op een gegeven moment gaan ze weer terug naar hun stam (of niet) en zijn dan "krijger" geworden. Hun bestemmng wordt bij de geboorte al bepaald. Sommigen worden herder, vrouwen moeten natuurlijk voor de kinderen zorgen en ...... ? Paar keer deze mensen bij een bar ontmoet als we parkeerden 's avonds, ze staan dan beetje bij de auto's en hopen op een muntstuk. Bedelen niet echt.
Straathandel niet zoveel als bijv. in Zuid Amerika, maar dat wordt van overheidswege ontmoedigd, heb ik gelezen, omdat dat het straatbeeld vervuilt. De straatverkopers zijn daar natuurlijk niet blij mee. Ze mogen nog wel, maar dan moeten ze wat belasting betalen.
Langs de Ned. ambassade gelopen, een karakteristiek gebouw in deze stad, splinternieuw. Deed mij een beetje denken aan de Ned. inzending op de wereldtentoonstelling in Hannover, paar jaar geleden, maar ben naam architect vergeten.
Het is ongelooflijk groen, maar dat komt natuurlijk door de regen. Het hoost bij tijd en wijlen. Veel bloeiende bomen, struiken, planten. Sommige vind ik afschuwelijk als kamerplant in Nederland (bijv. de pik op schotel), maar hier staat het heel mooi, die felle kleuren.
Mensen zijn erg religieus hier. Aantal hoofddoeken valt me mee, wel mannen met zo'n mooi recht mutsje, dat zijn .m.i. moslims, maar je hebt ook veel fanatieke christenen. Vlakbij huis H en M worden dagelijks op het dak van een huis diensten gehouden. Eerst begint er een orgeltje te spelen (gaat uren door, echt letterlijk, klinkt een beetje als "Droomland"!) en dan valt de voorganger in. Als je denkt nu is hij wel bijna klaar, komt hij pas goed op stoom, en kan urenlang doorgaan. En dat niet alleen op zondag! Toch moeten er ook veel moslims zijn, want regelmatig hoor ik vanaf minaretten oproepen tot het gebed. Het zit dus wel snor, met die Tanzanianen. Ze zijn erg vriendelijk, ze lachen en spreken je aan op straat. Ik ben "mamma" en ze willen me vaak een hand geven. Nou vooruit.
Onlangs zijn we naar een (blanke) kroeg geweest, daar werd Liverpool-Arsenal op een groot scherm vertoond, voor de Engelsen en Zuidafrikanen die hier in groten getale wonen. Eerst mochten we niet in het zaaltje waar het scherm stond (only members), maar ik ben op de (Canadese) portier afgegaan en heb al m'n charmes in de strijd gegooid, en ja hoor, het hielp! De tweede helft gingen we toch liever kijken in de "Q-bar", waar je hutje-mutje met Tanzanianen stond, veel gezelliger. Het rook er lekker naar vleesjes op de grill en er zaten mooie, superslanke Tanz. vrouwen met hele korte rokjes en diepe decolletes, dat was veel leuker om naar te kijken. Natuurlijk was ik wel blij dat mijn favoriete voetballer Dirk Kuyt een goal maakte!
De wegen zijn afschuwelijk, hier. Grote wegen zijn wel geasfalteerd, maar met heel veel gaten en rafelige randen. De kleinere wegen zijn onverhard, met diepe greppels erlangs, en heel veel kuilen, hotsebots naar het cafe 's avonds.
Ook al een filmavond gehad. Hein heeft een beamer en zo konden wij op de muur, vanuit comfortabele fauteuils naar Festen kijken, one of my favorites.
Slapen doe ik redelijk, onder een grote klamboe en met een ventilator. Deken/laken niet nodig, te heet. Ik heb een lekker kamertje, met een leeslampje, dus soms schrijf ik 's avonds nog wat, of lees voor ik ga slapen.
Lang weekend naar Zanzibar geweest. Hein heeft vrijdag een dag vrij genomen en maandag was een feestdag. We kwamen er vrijdag vroeg in de middag aan, na een bootreis met een redelijk comfortabele boot van 2 uur. Soort vliegtuigstoelen, airco aan boord en een vreselijk slechte Japanse (?) vechtfilm op een aantal video's die boven ons hoofd hingen die onverstaanbare, maar wel duidelijk soort oerkreten uitbraakte. Toen we aankwamen in Stone Town regende het pijpenstelen. Meteen neergestreken in de eerste de beste tent aan het water, geheten "Mercury's bar" , omdat Freddy Mercury op Zanzibar is geboren. Nooit geweten, maar voor de fans natuurlijk gesneden koek. Hein en Maya kennen ene Achmed, in wiens huis ze vorige keer hebben overnacht, maar die had alle gasten, waarschijnlijk i.v.m. het lange vrije weekend. Maandag is hier een nationale feestdag, dan wordt Karume herdacht, ooit president van Zanzibar die vermoord is. Achmed had wel een neef, Mohammed (hoe bestaat het?) die ons de kamers in Achmeds andere huis liet zien. Moh. kwam naar Mercury en ging ons voor door de wirwar van kleine straatjes, soort kasba. Helemaal niet zo gek als je je realiseert dat sjeiks eeuwenlang de dienst uitmaakten op Zanzibar. Zij verscheepten vanuit Stone Town de slaven, vnl. naar het oosten, die vanuit de binnenlanden van Afrika werden aangevoerd. De oorspronkelijke slavenmarkt is ook te bezichtigen en er is een monument. Het huis waar wij naar toe werden gebracht was zeer eenvoudig, maar kostte dan ook maar 11$ voor een kamer (eigen badkamer, wel heeel basic, maar wc, douche (koud) en piep wasbakje. Mijn bed was een kuil, "lokaal bed" legde Moh. gedienstig uit. Tussen een rechthoek van ronde palen spannen ze een web van sisal touw, maar dat rekt vrij snel uit. Wel klamboe en fan. Ok, 1 nachtje is nog wel te doen. We gingen de stad in, door de straatjes, over de markt, de slavenmarkt, het house of wonders, het culturele gebouw, het fort, alles gebouwd in Arabische stijl, i.v.m. de rijke sultans die dit eiland ooit tot grote bloei brachten (over de rug van de slaven heen, dan). Maar ook aan de export van kruiden, zoals kruidnagel, kaneel, e.d. werd veel geld verdiend. Het lopen door de modder en in de regen ging toch vrij snel vervelen, erg jammer. 's Avonds leuk uiteten in rest. Living Stone, met een live band. Zelfs nog gedanst. De 3 meisjes dan, Hein is niet zo'n danser, lijkt wat dat betreft helemaal niet op zijn paps!
Via Achmed de volgende dag een auto gehuurd, een 4wheel drive voor 60 $ voor 2 dagen! W.s. gewoon een particuliere jongen die dit weekend toch nergens naar toe ging. Maya reed, zij was de enige met een int. rijbewijs, aan te raden omdat je ongeveer elke 20 km wordt aangehouden door een prachtige politieman in een wit uniform die je papieren wil zien. Maya spreekt Swahili en is zo vriendelijk, dat ze al die kerels om haar vingertje windt, dus geen problemen. We zetten koers naar de zuidoostkant van het eiland, daar hebben we meer kans op goed weer. Klopt!
Onderweg bezoeken we een vlindertuin (sinds 3 maanden open, om met uitsterving bedreigde vlinders te conserveren) en het Jozani forest waar een bepaald type colobusaapjes voorkomen, de enige plek ter wereld (Zanzibar) waar deze nog leven. We zien hele groepen, heel leuk, ze zijn niet groot, zo'n 30 tot 40 cm en ze hebben ook kleintjes. Veel foto's, er gaat er een bijna op Maya's hoofd zitten. Ook wandelen we door de mangrovebossen, zien o.a. miereneters, de groene mamba (heel giftig) en een boomslang. We are lucky, zegt onze gids, die ons van alles verteld over de fauna en flora van Zanzibar. Twee kinderen lieten ons een beestje zien dat de jongen in de palm van zijn hand hield. Een “bush baby”, grijs aapachtig, met recht opstaande oortjes. Dan rijden we naar Paje, waar je een aantal hotels hebt zo aan het strand. We wikken en wegen en nemen onze intrek in Paradise Beach, hotel dat bestaat uit een 8 tal hutjes met palmbladeren dakjes (voor 2 a 3 personen) met mooie donkere houten meubelen erin en hoge, met houtsnijwerk versierde bedden (gelukkig ook met klamboe). De hutjes zijn 35$ per persoon, voor H en M 50$ voor 2 personen. Ik neem m'n eigen hutje, en heb een zitje voor de hut, onder palmbomen, kijkend over een prachtige blauwe zee, paradijselijk!! Hier blijven we 2 nachten. Eten kun je er ook, onder een groot afdak met stoelen en banken met kussens vanwaar katten (en soms ook een schurftige hond) ons peinzend aanstaren, zich uitrekkend of krabbend. Ook lopen er kipjes rond, kortom een gezellig gedoetje. Het eten smaakt ook prima daar, nogal Japans gericht en dat snappen we als we de 2e avond de eigenaresse zien, Japanese! Er zijn ook 2 Japanse stelletjes te gast. Verder misschien nog zo'n 6 gasten, dus heerlijk rustig.
We snorkelen, spelen 's avonds domino, maken de 2e dag een ritje, doen kleinschalige hotelletje aan waar Hein en Maya met Sisi en Frank hebben gelogeerd en bezoeken Zala zoo, waar we uitgebreid worden geinformeerd over de dieren door een bevlogen leraar, die het parkje heeft opgezet om de jeugd te wijzen op het belang van het voortbestaan van ogenschijnlijk “gevaarlijke” of “smakelijke” diersoorten.
Maar de tijd vliegt en na 2 nachten aan de kust rijden we weer naar Stone Town. Zanzibar is zeer islamitisch, veel moslimvrouwen, soms zelfs met schortjes voor het gezicht die alleen de ogen vrijlaten. De mannen dragen vaak een rond mutsje en soms een jurk. Ook zagen we nogal wat Masai krijgers lopen, ze bewaakten o.a. het terrein rond ons hotel. De mensen zijn erg vriendelijk, ze zeggen steeds gedag en vragen hoe je het maakt voordat ze je uberhaupt iets vragen. Je kunt niet een directe vraag stellen, daaraan gaat eerst een hele ceremonie aan vooraf. Wat een verschil met Groningers, die alleen "moi" zeggen.
Toen we na onze trip bij het huis aankwamen was de electriciteit weer uitgevallen! Roland, de buurman zei dat er het hele weekend niets aan de hand was, en ongeveer een half uur voor onze thuiskomst was het weer zover! Nadat Marije en ik bij kaarslicht de meest verrukkellijke pasta in elkaar hadden gedraaid en we die met geraspte oude hollandse kaas naar binnen hadden gewerkt sprong het licht weer aan! Gelukkig, frisse lucht vannacht. Heb zelfs voor 't eerst met airco geslapen. 23 graden, beetje aan de frisse kant!
Verder aapjes gefotografeerd in de tuin en een mongoest (soort eekhoorn), naar shopping centres en kunstmarkten, beetje dingetjes kopen voor thuis en natuurlijk het raamloze kantoor van Hein bezocht.
---------------------------------------------------------------------------------------------------
door: Marije
Eén maand voor het eerst naar Afrika en de tropen, één maand wonen in Dar es Salaam e.o. in Tanzania
Maart en april 2008
Het is voor mij niet mogelijk om te proberen onopvallend rond te reizen in Tanzania of stiekem mijn eigen gang te gaan, overal word ik als Mzungu (blanke rondreizende Europeean) benaderd of bekeken. De dag na mijn aankomst in Dar wordt ik direct naar een afgelegen gebied gereden. In het dorpje Mang’ula komen kleine kinderen achter Maya, Hein en mij aangerend, de dapperste wil zelfs graag naast me lopen en mijn hand vasthouden, totdat zijn moeder hem terugroept. Het is bijzonder voor de kinderen om eem Mzungu te zien. Deze eerste ontmoeting in Afrika zet me aan het denken over hoe een donker iemand zich vroeger (?) in een dorp in Nederland gevoeld moet hebben en ik realiseer me hoeveel verschillende bevolkingsgroepen er nu in Amsterdam gemixt door elkaar leven zonder dat er iemand wordt nagestaard.
Maya wordt hier tot mijn verbazing ook voor Mzungu uitgemaakt, hoewel er toch ook wel lichtere Tanzanianen zijn (de meeste Tanzanianen hebben een hele donkere huid). Maya beweert dat het door haar haardos komt. De bevolking van Tanzania heeft namelijk nauwelijks haar. Mannen en vrouwen hebben meestal slechts een paar cm haar op hun hoofd. Vrouwen met lang haar hebben uit China geimporteerde haarstrengen laten invlechten of een pruik op hun hoofd! Dat verklaart wel waarom de kapsels er continu perfect uit zien (ik vroeg me al af hoeveel haarlak erin zat). De gids in Udzungwa mountains heeft eveneens weinig haar op zijn onderbenen.. Bijna om jaloers op te worden (scheelt veel gedoe met scheren etc).
Het is vreemd om in 1 enkele keer 400.000 (ca 250 euro) van de bank te halen, terwijl ik normaliter nooit meer dan 50 in mijn portomonnaie heb! 4 Ton is een heel erg dik pakket met briefjes van 10.000. In Tanzaniaanse shilling ben ik een miljonair!! Ik voel me ongemakkelijk en uitermate decadent als we rond rijden in de gigantische auto van Maya en Hein, terwijl mensen langs de weg lopen, fietsen (soms op een houten fiets) of voor een zelf gemaakt karretje lopen te zwoegen met alle spullen die ze mee zeulen. Brandhout, houtskool, water, fruit, zakken met brood voor een heel dorp, suikerriet en soms een gezin. De vrouwen mogen altijd achterop. Als we in de schemering over een modderweg vol gaten rijden in de regen zien we hoe een vrouw die achterop zit gelanceerd wordt en recht op haar gezicht valt. Gelukkig staat ze direct weer op. De tegenstelling tussen arm en rijk is heel erg groot. De elite heeft een auto, met mazzel heeft iemand een fiets of een koe, de rest loopt. Ook als het water in de straten tot boven je knieen staat. Kleren worden niet opgetild of uitgetrokken als er een grote hoeveelheid water op de weg is, nat worden de fietsers en voetgangers toch wel.
In de file in Dar (’s ochtends de stad in en ’s avonds de stad uit) zie ik meer modellen Toyota dan ik ooit voor mogelijk had gehouden! Uiteraard allemaal oude modellen, vaak met de Japanse letters of vignetten er nog op. De meeste auto’s zijn wit, dan worden ze minder heet.... Het verkeer (links rijdend) is een vreselijke chaos, als er al banen zijn dan kan je afhankelijk van waar je bent toch tegenliggers op jouw deel vinden. De tegenligger toetert nog even om te laten weten dat hij er is. Dat doen bestuurders ook die nog even door rood rijden omdat ze anders zo lang moeten wachten. Onderweg naar de luchthaven om Hein’s moeder op te halen knallen we als we optrekken op een of andere idioot die we doordat er een auto naast ons stond niet aan zagen komen. De schade voor onze auto is nihil, de veroorzaker scheurt zo hard door dat we hem niet kunnen achterhalen, maar zijn wielkas zal waarschijnlijk behoorlijk ingedeukt zijn.
Op de weg geldt het recht van de grootste (zwaarste), in volgorde:
Vrachtauto, 4 wheel drive - dalla dalla (afhankelijk van de bestuurder), personenauto, Bajaj (een 3 wieler tuk tuk), brommer, persoon met een kar – fietser, voetganger. Iedereeen maakt gebruik van dezelfde route.
De zachte modderige berm langs wegen wordt benut door dalla-dalla’s (busjes volgepropt met mensen) die links inhalen. Maar als er files zijn kan het gebeuren dat er iemand in tegengestelde richting in de berm rijdt. Vaak iemand met een speciaal nummerbord (je hebt rode nummerborden en nummerborden die beginnen met cd , de bijbehorende bestuurders worden meestal ongemoeid gelaten ongeacht hun rijgedrag, hij/zij is namelijk werkzaam voor een belangrijke organisatie die in Tanzania investeert, fyi Hein heeft zo’n auto van zijn werk). De files worden meestal veroorzaakt omdat er ergens een gat in de weg zit waar iedereen en zeker de wat kleinere personenauto’s langzaam doorheen moet. En waarvoor afgeremd wordt. De auto’s hebben geen roetfilter of iets dergelijks, de meeste uitlaatgassen zijn pikzwart. Dar is wat dat betreft een heel erg smerige stad.
De gaten in de wegen zijn meestal ontstaan door de regen, daar heb ik inmiddels al aardig wat van gezien (gaten en regen), de regen is wel prettig want het betekent dat het wat koeler is (26 graden). Als de zon schijnt is hij echt heel fel, je merkt nauwelijks dat de zon hier van oost naar noord naar west draait want eigenlijk staat hij de hele dag boven op je hoofd. Bij het snorkelen ben ik ondanks goed insmeren en het dragen van een t-shirt over mijn bikini halverwege de dag toch een klein beetje verbrand. Hein smeert zich nooit in en het is me een raadsel dat dat goed kan gaan. Mijn huid is zoveel zonnekracht niet gewend. De zon schijnt ca 12 uur per dag. Het is elke avond rond 18.30 donker, het beeld van de braai van Hein, dat ik in Nederland had heb ik iets moeten bijstellen. Je kan hier niet zoals in Nederland gezellig in de avondschemering zitten, in plaats daarvan is het in en om het huis verlicht met tl buizen. Als de stroom het doet, want van de dagen die ik in Dar geweest ben is tot nu toe ongeveer de helft geheel of gedeeltelijk zonder stroom geweest. Dat is lastig als het al zo vroeg donker is. Lezen bij kaarslicht gaat op een gegeven moment niet echt goed. Candle ligth dinner heeft voor mij inmiddels de betekenis van koken bij kaarslicht... :-) Doordat de waterdruk electrisch geregeld wordt is het zonder stroom een uitdaging om de zeep af te spoelen met het koude water. Het water uit de kraan is als de stroom het wel doet overigens ook koud. Maya en Hein vinden het niet nodig om de boiler aan te zetten. Voor mij persoonlijk is dat af en toe best een uitdaging, het water is denk ik zwembad temeratuur, dus als je door bent is het wel oké.
Het huis van Hein en Maya is er 1 van 5 op een stukje grond (compound) dat ommuurd is en wordt bewaakt door Askari’s. De Askari’s zijn allemaal erg aardig zeker omdat we proberen ze in het Swahili te begroeten. Opperhoofd Nico probeert altijd eerst in Swahili te praten en vertaalt pas naar Engels als we niet weten wat hij zegt (ook voor mij is hij streng, Hein’s moeder komt wel met Engels weg). Op de muur om de huizen is gebroken glas ingemetseld zodat er geen indringers kunnen komen. De apenfamilie die regelmatig langskomt heeft er gelukkig geen last van. Ze gebruiken de takken van de Cashewbomen of van de Palmen die in de tuin rondom de huizen staan. Ook rent er regelmatig een grappig beestje door de tuin (Maya noemt het een Mongoest) een soort grote eekhoorn met een kattenstaart. Ook zijn er veel mieren, termieten en muggen actief. Ondanks dat ik af en toe Deet (40%) opspuit zien mijn benen er niet uit met al die rode bulten en vlekken. En JEUK, aargh, vooral op mijn enkels is het erg!!! Van alle nattigheid en het vaak douchen en wassen van je voeten heb ik inmiddels blaren. Het valt lichamelijk niet mee om in de tropen te wonen ;-). Het eten buitenhuis valt over het algemeen redelijk goed, heel af en toe iets minder maar dat levert met name kramp op.Als we een dagje thuis koken is het weer weg. Lariam slikken (tegen Malaria) gaat gelukkig nog zonder bijwerkingen gepaard. Maar het blijft beter om niet gestoken te worden. In huis wonen gekko’s zij eten de weinige muggen en grote kakkerlakken die toch zijn binnengekomen. Alle ramen zijn voorzien van stalen tralies (horizontaal) en horren. Hierdoor kunnen de ramen die er eigenlijk meer uitzien als reuze luxaflex van glas atlijd open blijven. De ventilatoren in alle ruimtes zorgen voor een beetje verkoeling als het warm is. Als ik ga slapen klim ik in mijn tegen muggen beveiligde ‘prinsessenbed’ (er hangt en grote klamboe omheen).
In Tanzania zijn veel gelovige mensen, thuis worden we dagelijks op een Christelijke kerkdienst getrakteerd (compleet met orgelspel a la Raymond van het Groenwoud voor wie dat liedje kent maar dan met valse zang), ook roept de imam van de moskee aan de andere zijde van het huis regelmatig om onze aandacht. Als klap op de vuurpijl heb ik het geluk dat achter de muur bij mijn slaapkamer een dame ’s avonds af en toe op hefige wijze geesten verdrijft of iets dergelijks (de eerste keer dacht ik dat er 2 mensen ruzie hadden waarvan 1 een monoloog hield en de andere becomentarieerde zonder dat de monoloog stopte). Gelukkig is dat niet al te vaak. De buren van Maya en Hein (Duits en Duits Kenyaans) zijn vriendelijk maar wel wat ouder en doorgewinterde tropenbewoners. Iedereen is erg op zichzelf, 1 huis is momenteel leeg (de oude Duitser die daar woonde ging vorige week weg), 1 huis wordt af en toe bewoond door iemand die voor het bedrijf van de eigenaar werkt. Meestal is het leeg. Elke dag komt ‘mama Elisabeth’ om ons huis en de 2 lege huizen schoon te maken en de was te strijken. Het is fijn om hulp te hebben, maar het voelt ongemakkelijk. Ze reist lang om te komen en ze verdient voor Tanzaniaanse begrippen niet slecht maar het is toch weinig. De compound geeft relatieve rust en veiligheid maar het is wel opgesloten want je hoort de geluiden op straat wel, maar je kan niet zien wat er gebeurt.
Maya, Willempje (Hein’s moeder) en ik houden ons door de weeks overdag bezig met zaken zoals uitgebreid ontbijten, veel boeken en tijdschriften lezen, boodschappen doen (zowel bij de locale winkeltjes als in de malls), stroom regelen, dingen voor het huis aanschaffen of bestellen en eten koken. Daarnaast bekijken we wat meer toeristische dingen zoals de binnenstad, the national museum, markten (tinga tinga markt, handicraft market) , Maya’s favoriete gallerie en de werkplaats van polio slachtoffers (www.wonderwelders.org). Met Hein gaan we in de weekends op stap. Mijn eerste weekend hier was Pasen, dus hadden we 4 dagen. Het tweede weekend hebben we een snorkeltrip naar een eilandje vlakbij Dar es Salaam gemaakt, afgelopen weekend waren we op Unguja eiland (Zanzibar). Hein had vrijdag vrij genomen en maandag was een officiele feestdag. Komend weekend geven we misschien een feestje voor Hein’s verjaardag. Al is nog niet duidelijk hoe groot het wordt, Hein heeft nog niemand gevraagd om te komen. We gaan vandaag langs bij zijn kantoor in Kibaha om te zien waar hij werkt en om te lunchen in zijn favoriete eethuisje.
Op een doordeweekse avond hebben we Engels voetbal gekeken in 2 verschillende kroegen. Engels voetbal is hier zo populair dat de scores zelfs op een muur in Zanzibar town bijgehouden werden. Het verschil tussen de kroegen waar we gekeken hebben kan niet groter. De één is een expat kroeg met de naam George and Dragon, waar we members moesten zijn om het zaaltje met het voetbalscherm te mogen betreden. Een membership kon je niet kopen, je moet er vaak komen om het te verdienen. Op aandringen van Hein’s moeder mogen we voor het einde van de 1e helft toch binnen in het zaaltje. De tweede helft kijken we in de Q-bar. Een plek waar veel Tanzanianen komen, maar het is ook de werkplek van prostituees. Drie mannen voor onze neus worden voorgesteld aan meisjes, twee happen toe, de derde wil niet maar zijn vrienden vinden dat hij moet. Er wordt een steviger meisje gehaald (de eerste was echt graatmager) en die valt iets beter in de smaak, maar hij wil nog steeds niet. Geen idee hoe het afgelopen is want na de wedstrijd zijn we naar huis gegaan. De dame die de meisjes verdeelde was wel erg aanhoudend/dwingend. Ook in Zanzibar blijkt een populair café werkterrein van jonge meisjes (en jongens). Je kan er gelukkig ook lekker eten en dansen bij/met de lokale band.
---------------------------------------------------------------------------------------------------